1.
Met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft de handelaar die op grond van artikel 437 bij algemene maatregel van bestuur is aangewezen en in de oefening van zijn beroep of bedrijf:
a. een goed van een minderjarige verwerft, of
b. een goed van iemand van wie hij weet of redelijkwijs moet vermoeden dat hij is opgenomen in een strafinrichting, rijksinrichting voor kinderbescherming of krankzinnigengesticht, verwerft.
2.
Met dezelfde straf wordt gestraft de voor de handelaar uit het eerste lid optredende persoon die een feit begaat als in dit lid onder a en b omschreven.
3.
De schuldige kan worden ontzet van de uitoefening van het beroep waarin hij de overtreding heeft begaan.
Inhoudsopgave
+ Eerste Boek. Algemene bepalingen
+ Tweede Boek. Misdrijven
- Derde Boek. Overtredingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht