1.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorwaarden worden bepaald waaronder ingezetenen en maatschappelijke initiatieven bij de uitvoering van het beleid kunnen worden betrokken, het uitvoeren van taken van het college op grond van deze wet daaronder begrepen.
2.
In de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur wordt bepaald:
a. welke eisen gelden voor het door ingezetenen en maatschappelijke initiatieven laten uitvoeren van taken van het college;
b. op welke wijze en aan de hand van welke criteria de effecten worden geëvalueerd.
3.
Het ontwerp van een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt aan beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur kan worden gedaan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken, tenzij binnen die termijn door of namens een der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp van de algemene maatregel van bestuur bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen en algemene bepalingen
- Hoofdstuk 2. Maatschappelijke ondersteuning
+ Hoofdstuk 3. Kwaliteit
+ Hoofdstuk 4. Advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling
+ Hoofdstuk 5. Gegevensverwerking
+ Hoofdstuk 6. Toezicht en handhaving
+ Hoofdstuk 7. Wijziging andere wetten
+ Hoofdstuk 8. Invoerings- en slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht