1.
De cliënt doet aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6.
2.
De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt niet indien die feiten en omstandigheden door het college kunnen worden vastgesteld op grond van bij wettelijk voorschrift als authentiek aangemerkte gegevens of kunnen worden verkregen uit bij regeling van Onze Minister aan te wijzen administraties.
3.
De cliënt is verplicht aan het college desgevraagd de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen en algemene bepalingen
- Hoofdstuk 2. Maatschappelijke ondersteuning
+ Hoofdstuk 3. Kwaliteit
+ Hoofdstuk 4. Advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling
+ Hoofdstuk 5. Gegevensverwerking
+ Hoofdstuk 6. Toezicht en handhaving
+ Hoofdstuk 7. Wijziging andere wetten
+ Hoofdstuk 8. Invoerings- en slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht