1.
Wanneer een fabrikant reeds verkochte, geregistreerde of in het verkeer gebrachte voertuigen, dan wel reeds verkochte onderdelen of uitrustingsstukken, waarvoor een overeenkomstig in het kader van de Europese Unie tot stand gekomen voorschriften afgegeven typegoedkeuring is verleend, op grond van artikel 21, tweede lid, van de Warenwet dient terug te roepen omdat het voertuig een ernstig gevaar vormt voor de verkeersveiligheid, de volksgezondheid of het milieu, stelt de fabrikant de goedkeuringsinstantie die de typegoedkeuring heeft verleend hiervan onmiddellijk in kennis.
2.
De fabrikant stelt de goedkeuringsinstantie maatregelen voor om het in het eerste lid bedoelde gevaar te neutraliseren.
3.
De Dienst Wegverkeer houdt toezicht op het terugroepen van voertuigen, onderdelen en uitrustingsstukken.
4.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van het tweede lid.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk IA. De Dienst Wegverkeer
+ Hoofdstuk IB. Het CBR
+ Hoofdstuk IC. Toezicht op keuringsinstellingen en onderzoeksgerechtigden
+ Hoofdstuk II. Verkeersgedrag
+ Hoofdstuk IIA. Aanwijzing bromfietsen waarvoor geen Europese typegoedkeuring vereist is
- Hoofdstuk III. Toelating en goedkeuring
+ Hoofdstuk IV. Kentekens en kentekenbewijzen
+ Hoofdstuk IVA. Registratie van fietsen en andere mobiele objecten
+ Hoofdstuk IVB. Tellerstanden
+ Hoofdstuk V. Gebruik van voertuigen op de weg
+ Hoofdstuk VI. Rijvaardigheid en rijbevoegdheid
+ Hoofdstuk VIA. Interoperabiliteit van elektronische heffingssystemen
+ Hoofdstuk VIB. Intelligente vervoerssystemen op het gebied van wegvervoer
+ Hoofdstuk VII. Vrijstelling en ontheffing
+ Hoofdstuk VIIA. Vakbekwaamheid bestuurders goederen- en personenvervoer over de weg
+ Hoofdstuk VIII. Kosten
+ Hoofdstuk IX. Handhaving
+ Hoofdstuk X. Last onder bestuursdwang
+ Hoofdstuk XI. Strafbepalingen
+ Hoofdstuk XII. Civiele aansprakelijkheid
+ Hoofdstuk XIII. Slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht