§ 6. De wijze waarop de minister procedureel uitvoering zal geven aan de taken als rapporteur
Zo spoedig mogelijk nadat de lijst van prioriteitsstoffen in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen is gepubliceerd, zal de minister in de Staatscourant hiervan mededeling doen. Daarbij wordt een verzoek gedaan om informatie te verstrekken over de risico’s van de betreffende prioriteitsstoffen.
Met het verzoek is beoogd is om ook van anderen dan betrokken fabrikanten en importeurs inlichtingen over de risico’s van een stof te verkrijgen. In het bijzonder kan daarbij worden gedacht aan het bedrijfsleven, wetenschappelijke instellingen of maatschappelijke groeperingen.
Informatie kan zowel worden gegeven over stoffen die door Nederland moeten worden beoordeeld, als over stoffen die door een andere lid-staat van de Europese Unie worden beoordeeld. De gegevens die aan de minister over laatstgenoemde stoffen worden verstrekt, zullen worden doorgezonden aan de betrokken rapporteur van die lid-staat.
Met de door fabrikanten en importeurs geleverde gegevens alsmede met uit andere bron afkomstige informatie wordt de risicobeoordeling uitgevoerd.
De resultaten daarvan worden neergelegd in een ontwerp van een rapport van de minister.
De gegevens van dit ontwerp van een rapport omvatten ten minste:
d. zo nodig: een analyse betreffende de voor- en nadelen van de stof en de beschikbaarheid van vervangingsstoffen.
Het ontwerp-rapport wordt gezonden aan de fabrikanten en importeurs die op grond van de basisverordening gegevens over de stof hebben geleverd. Het gaat daarbij niet alleen om de in Nederland gevestigde fabrikanten en importeurs, maar ook om de daarbuiten in de Europese Unie, of in andere staten van de Europese Economische Ruimte gevestigde fabrikanten en importeurs.
Op de voorbereiding van het rapport is tevens de in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde openbare voorbereidingsprocedure van toepassing. De procedure is grafisch weergegeven in de bijlage bij deze circulaire en houdt het volgende in.
Het ontwerp van het rapport wordt ter inzage gelegd. Tezamen met het ontwerp van een rapport worden, ingevolge artikel 3:11 van de Algemene wet bestuursrecht, stukken ter inzage gelegd die op dat ontwerp-rapport betrekking hebben. Uiteraard liggen gegevens die als vertrouwelijk worden behandeld niet ter inzage.
Van deze ter inzagelegging wordt kennisgeving gedaan in de Staatscourant. Een ieder (en dus ook het bedrijfsleven) kan gedurende een periode van ten minste vier weken nadat het ontwerp-rapport ter inzage is gelegd, zijn zienswijze kenbaar maken. Het commentaar kan aanleiding zijn tot wijziging van het ontwerp van het rapport.
Nadat de termijn van de terinzagelegging is verlopen wordt het rapport door de minister vastgesteld in overeenstemming met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en na overleg met de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Het rapport vormt de basis voor het aan de Europese Commissie toe te zenden verslag.
Een afschrift van het verslag wordt toegezonden aan de fabrikanten en importeurs die op grond van de basisverordening nadere gegevens met betrekking tot de stof hebben overlegd.
Tevens ontvangen degenen die hun zienswijzen met betrekking tot het ontwerp-rapport naar voren hebben gebracht hiervan afschrift, dan wel, indien de gegevens geheim zijn, een samenvatting. Gegevens die als vertrouwelijk moeten worden behandeld komen niet voor in de stukken die worden toegezonden aan derden die hun zienswijzen met betrekking tot het ontwerp-rapport naar voren hebben gebracht.
’s-Gravenhage, 18 juni 1995
De
Minister
Inhoudsopgave
§ 1. Inleiding
§ 2. Doel van de circulaire
§ 3. Achtergrond van de EG-verordeningen
Doel van de verordeningen
Uniform Beoordelingssysteem Stoffen
Risicogrenzen
§ 4. Advies over de wijze waarop te verstrekken gegevens en andere stukken het beste kunnen worden overgelegd
§ 5. Rechtsbescherming
§ 6. De wijze waarop de minister procedureel uitvoering zal geven aan de taken als rapporteur
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht