1.
Teneinde het burgerservicenummer van de jeugdige vast te stellen worden het nummerregister en de voorzieningen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen b en d, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer geraadpleegd.
2.
De raadpleging, bedoeld in het eerste lid, kan achterwege gelaten worden, indien:
a. het burgerservicenummer is verstrekt door een andere gebruiker als bedoeld in artikel 1 van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer die bij of krachtens wet gehouden is het burgerservicenummer van de jeugdige vast te stellen aan de hand van het nummerregister en de voorzieningen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen b en d, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, of
b. het burgerservicenummer is verkregen uit de basisregistratie personen.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen en reikwijdte
+ Hoofdstuk 2. Gemeente
+ Hoofdstuk 3. Gecertificeerde instellingen
+ Hoofdstuk 4. Eisen aan jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen
+ Hoofdstuk 5. Pleegzorg
+ Hoofdstuk 6. Gesloten jeugdhulp bij ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen
- Hoofdstuk 7. Gegevensverwerking, privacy en toestemming
+ Hoofdstuk 8. Financiën en verantwoording
+ Hoofdstuk 9. Toezicht en handhaving
+ Hoofdstuk 10. Overgangsrecht
+ Hoofdstuk 11. Wijziging van andere wetten
+ Hoofdstuk 12. Slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht