1.
Een verzoek om een machtiging of een voorlopige machtiging als bedoeld in de artikelen 29b respectievelijk 29c van de Wet op de jeugdzorg ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, gelden met ingang van dat tijdstip als een verzoek om een machtiging als bedoeld in de artikelen 6.1.2 respectievelijk 6.1.3 van deze wet.
2.
Een machtiging en een voorlopige machtiging als bedoeld in de artikelen 29b respectievelijk 29c van de Wet op de jeugdzorg verleend voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, gelden met ingang van dat tijdstip als een machtiging als bedoeld in de artikelen 6.1.2 respectievelijk 6.1.3 van deze wet.
Inhoudsopgave
- Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen en reikwijdte
+ Hoofdstuk 2. Gemeente
+ Hoofdstuk 3. Gecertificeerde instellingen
+ Hoofdstuk 4. Eisen aan jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen
+ Hoofdstuk 5. Pleegzorg
+ Hoofdstuk 6. Gesloten jeugdhulp bij ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen
+ Hoofdstuk 7. Gegevensverwerking, privacy en toestemming
+ Hoofdstuk 8. Financiën en verantwoording
+ Hoofdstuk 9. Toezicht en handhaving
- Hoofdstuk 10. Overgangsrecht
+ Hoofdstuk 11. Wijziging van andere wetten
+ Hoofdstuk 12. Slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht