Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2017. U leest nu de tekst die gold op -.

Artikel b Individuele keuzen in het arbeidsvoorwaardenpakket (IKAP)

Uitgebreide informatie
artikel 22, twaalfde tot en met veertiende lid ARAR) van Individuele keuzen in het arbeidsvoorwaardenpakket (IKAP)">
b. verlaging vakantieaanspraken ( artikel 22, twaalfde tot en met veertiende lid ARAR)
De ambtenaar kan verzoeken om zijn aanspraak op vakantie te verlagen. Een verzoek daartoe moet ingediend worden voor een door het bevoegde gezag vastgesteld tijdstip. Op alle bij het bevoegde gezag ingediende verzoeken moet gelijktijdig een beslissing worden genomen (artikel 22, dertiende lid).
Het aantal uren waarmee de vakantieaanspraak kan worden verlaagd is afhankelijk van de leeftijd en van de omvang van de arbeidsduur van de ambtenaar. Voorts is de verlaging van de vakantieaanspraak gebonden aan een maximum aantal uren. Daarnaast kan de verlaging van de vakantieaanspraken alleen betrekking hebben op de aanspraken in een bepaald kalenderjaar. De vakantie aanspraken die uit vorige jaren zijn overgeboekt moeten daarbij buiten beschouwing worden gelaten.
Het aantal vakantie-uren waarop aanspraak bestaat bij een volledige arbeidsduur kan worden verlaagd tot minimaal 144 uren. Dit betekent dat bij een volledige arbeidsduur maximaal als bron kan worden ingezet: bij een leeftijd jonger dan 45 jaar: 22 uur
bij een leeftijd van 45 tot en met 49 jaar: 29 uur
bij een leeftijd van 50 tot en met 54 jaar: 36 uur
bij een leeftijd van 55 tot en met 59 jaar: 44 uur
bij een leeftijd van 60 jaar en ouder: 51 uur.
Voor het vaststellen van het maximaal aantal uren waarmee de ambtenaar zijn vakantieaanspraak kan verlagen moet worden uitgegaan van de leeftijd die de ambtenaar in het desbetreffende kalenderjaar bereikt. Voor een deeltijder geldt dat de vakantieaanspraak naar evenredigheid kan worden verlaagd. Voor elk uur waarmee de vakantieaanspraak wordt verlaagd, ontvangt de ambtenaar een vergoeding die gelijk is aan het voor hem geldende salaris per uur op de datum zoals die door het bevoegd gezag is vastgesteld.
Deze vergoeding wordt niet aangemerkt als salaris of bezoldiging en telt derhalve niet mee bij de berekening van onder meer de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering. Daarnaast heeft het inzetten van de vergoeding voor de verlaagde vakantieaanspraken als bron geen negatieve consequenties voor de sociale zekerheid van de ambtenaar.
Verder heeft het geen gevolgen voor het pensioen omdat de vergoeding daarvoor niet wordt aangemerkt als salaris of bezoldiging.
Inhoudsopgave
Managementinformatie
1. Inleiding
2. De keuze om meer te werken
3. De keuze om minder te werken
4. Bronnen en doelen
4.1. De fiscale en sociaalzekerheidsrechtelijke voorwaarden voor het inzetten van bronnen voor doelen
4.2. Bronnen
a. Vergoeding voor meer uren werken
b. verlaging vakantieaanspraken ( artikel 22, twaalfde tot en met veertiende lid ARAR)
c. de eindejaarsuitkering ( artikel 20a BBRA 1984)
d. de vakantie-uitkering ( artikel 21 BBRA 1984)
e. de tegemoetkoming in de ziektekosten op basis van het Besluit tegemoetkoming ziektekosten rijkspersoneel
f. de eenmalige toeslag ( artikel 22a BBRA 1984)
g. de eenmalige mobiliteitstoeslag ( artikel 22c BBRA 1984)
h. de vergoeding voor overwerk ( artikel 23 BBRA 1984)
4.3. Doelen
a. Personal computer en/of bijbehorende randapparatuur
b. Fiets van de werkgever
c. Vermindering ouderbijdrage kinderopvang
d. Vergoeding voor studie, cursussen en vakliteratuur
e. Opbouw van individuele oudedagsvoorziening
f. tegemoetkoming kosten woon-werkverkeer
4.4. Overzicht bronnen en doelen
4.5
5. Aanvraagprocedure meer of minder uren te werken
6. Taak en bevoegdhedenverdeling centraal en decentraal
7. Arbeidsvoorwaardenmeter
8. Informatievoorziening
Slotopmerking
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht