Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2017. U leest nu de tekst die gold op -.

Artikel 5 Individuele keuzen in het arbeidsvoorwaardenpakket (IKAP)

Uitgebreide informatie
5. Aanvraagprocedure meer of minder uren te werken
De ambtenaar richt een aanvraag om meer of minder uren te gaan werken aan zijn werkgever d.w.z. het gezag dat bevoegd is een beslissing te nemen over de arbeidsduur van de ambtenaar, waarna deze een besluit neemt. De aanvraagprocedure die daarbij wordt gevolgd is een jaarlijkse terugkerende aangelegenheid.
1) Om optimaal gebruik te kunnen maken van de keuzemogelijkheid om meer of minder uren te gaan werken dienen de ministeries hun ambtenaren daarover tijdig te informeren. Daarbij dient in ieder geval aandacht te worden besteed aan die keuzemogelijkheden, de grenzen die daaraan worden gesteld, de redenen voor een eventuele afwijzing en de fiscale aspecten en sociale verzekeringsaspecten.
2) De ambtenaar kan minimaal eenmaal per kalenderjaar een aanvraag indienen. Op departementaal niveau wordt bepaald voor welke datum de aanvragen, die betrekking hebben op het betreffende kalenderjaar, uiterlijk moeten zijn ingediend. Daarnaast kan op departementaal niveau worden bepaald dat er gedurende een kalenderjaar meerdere keren een aanvraag kan worden ingediend. Voorts kan worden bepaald de wijze waarop een aanvraag wordt ingediend.
3) Het bevoegd gezag bekijkt allereerst of de aanvragen voldoen aan de in de regelgeving opgenomen voorwaarden. Vervolgens dient de werkgever te beoordelen of de aanvragen kunnen worden ingewilligd. Daarbij wordt gekeken of er zwaarwegende dienstbelangen zijn die zich tegen de aanvraag verzetten.
4) Indien het bevoegd gezag voornemens is een aanvraag niet of niet volledig te honoreren, vindt hierover overleg plaats met de ambtenaar. Een (gedeeltelijke) afwijzing van de aanvraag dient schriftelijk te geschieden voorzien van een adequate motivering. Tegen de afwijzing van de aanvraag kan de ambtenaar op basis van de Algemene wet bestuursrecht bezwaar aantekenen.
5) Het bevoegd gezag dient gelijktijdig op de tijdig ingediende aanvragen te beslissen.
Inhoudsopgave
Managementinformatie
1. Inleiding
2. De keuze om meer te werken
3. De keuze om minder te werken
4. Bronnen en doelen
4.1. De fiscale en sociaalzekerheidsrechtelijke voorwaarden voor het inzetten van bronnen voor doelen
4.2. Bronnen
a. Vergoeding voor meer uren werken
b. verlaging vakantieaanspraken ( artikel 22, twaalfde tot en met veertiende lid ARAR)
c. de eindejaarsuitkering ( artikel 20a BBRA 1984)
d. de vakantie-uitkering ( artikel 21 BBRA 1984)
e. de tegemoetkoming in de ziektekosten op basis van het Besluit tegemoetkoming ziektekosten rijkspersoneel
f. de eenmalige toeslag ( artikel 22a BBRA 1984)
g. de eenmalige mobiliteitstoeslag ( artikel 22c BBRA 1984)
h. de vergoeding voor overwerk ( artikel 23 BBRA 1984)
4.3. Doelen
a. Personal computer en/of bijbehorende randapparatuur
b. Fiets van de werkgever
c. Vermindering ouderbijdrage kinderopvang
d. Vergoeding voor studie, cursussen en vakliteratuur
e. Opbouw van individuele oudedagsvoorziening
f. tegemoetkoming kosten woon-werkverkeer
4.4. Overzicht bronnen en doelen
4.5
5. Aanvraagprocedure meer of minder uren te werken
6. Taak en bevoegdhedenverdeling centraal en decentraal
7. Arbeidsvoorwaardenmeter
8. Informatievoorziening
Slotopmerking
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht