Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2017. U leest nu de tekst die gold op -.

Artikel 4.1 Individuele keuzen in het arbeidsvoorwaardenpakket (IKAP)

Uitgebreide informatie
4.1. De fiscale en sociaalzekerheidsrechtelijke voorwaarden voor het inzetten van bronnen voor doelen
De inspecteur van de belastingdienst van de Grote Ondernemingen Den Haag is van mening dat de mogelijkheid om af te zien van aanspraken (bronnen) en deze te ruilen voor fiscaal gefaciliteerde bestedingsmogelijkheden/doelen slechts mogelijk is met inachtneming van de volgende voorwaarden.
Het afzien van bronnen moet in principe tot gevolg hebben dat de grondslag voor het pensioen, de vakantie-uitkering, het loon tijdens ziekte en de WW , WAO wordt verlaagd.
Daarnaast kan slechts van bronnen worden afgezien indien deze nog niet zijn genoten/uitbetaald. Op het moment dat zo'n bron is uitbetaald, geniet de ambtenaar fiscaal gezien loon en dient er in dat geval loonbelasting op het loon te worden ingehouden.
Volgens het LISV heeft het afzien van bronnen ten behoeve van fiscaal gefaciliteerde doelen geen consequenties voor het premieloon ( WAO en WW ) indien aan de volgende voorwaarden is voldaan.
De bron moet niet reeds uitbetaald zijn en het afzien van de bron moet in principe tot gevolg hebben dat de grondslag voor het pensioen, de vakantie-uitkering, het loon tijdens ziekte en de WW , WAO en ZW wordt verlaagd.
Verder moeten de doelen niet reeds genoten zijn d.w.z. een reeds aangeschafte en dus reeds betaalde computer kan niet alsnog verstrekt of vergoed worden.
Voorts moeten de doelen uitgezonderd zijn van het begrip loon ingevolge de Co├Ârdinatiewet Sociale Verzekeringen of de daaruit voortvloeiende regelgeving.
Bijvoorbeeld indien een bron wordt geruild voor een doel waarvoor een vrijstelling geldt op grond van de CSV zal dit leiden tot een lagere premieheffing, een lager dagloon en een lagere uitkering. Indien een bron wordt ingeruild voor een doel waarvoor geen vrijstelling geldt zal er geen effect zijn op de premieheffing, het dagloon en de uitkering.
Inhoudsopgave
Managementinformatie
1. Inleiding
2. De keuze om meer te werken
3. De keuze om minder te werken
4. Bronnen en doelen
4.1. De fiscale en sociaalzekerheidsrechtelijke voorwaarden voor het inzetten van bronnen voor doelen
4.2. Bronnen
a. Vergoeding voor meer uren werken
b. verlaging vakantieaanspraken ( artikel 22, twaalfde tot en met veertiende lid ARAR)
c. de eindejaarsuitkering ( artikel 20a BBRA 1984)
d. de vakantie-uitkering ( artikel 21 BBRA 1984)
e. de tegemoetkoming in de ziektekosten op basis van het Besluit tegemoetkoming ziektekosten rijkspersoneel
f. de eenmalige toeslag ( artikel 22a BBRA 1984)
g. de eenmalige mobiliteitstoeslag ( artikel 22c BBRA 1984)
h. de vergoeding voor overwerk ( artikel 23 BBRA 1984)
4.3. Doelen
a. Personal computer en/of bijbehorende randapparatuur
b. Fiets van de werkgever
c. Vermindering ouderbijdrage kinderopvang
d. Vergoeding voor studie, cursussen en vakliteratuur
e. Opbouw van individuele oudedagsvoorziening
f. tegemoetkoming kosten woon-werkverkeer
4.4. Overzicht bronnen en doelen
4.5
5. Aanvraagprocedure meer of minder uren te werken
6. Taak en bevoegdhedenverdeling centraal en decentraal
7. Arbeidsvoorwaardenmeter
8. Informatievoorziening
Slotopmerking
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht