Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2017. U leest nu de tekst die gold op -.

Artikel 1 Individuele keuzen in het arbeidsvoorwaardenpakket (IKAP)

Uitgebreide informatie
1. Inleiding
In de Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Rijk 2000-2001 zijn afspraken gemaakt over de invoering van individuele keuzen in het arbeidsvoorwaardenpakket. Zo wordt het recht op individuele keuzen structureel mogelijk gemaakt voor alle ambtenaren binnen de sector Rijk. De ambtenaar in de sector Rijk krijgt het recht om minimaal één keer per jaar onder voorwaarden zijn individuele pakket samen te stellen. Daarbij wordt hem de mogelijkheid geboden om: meer te werken, minder te werken en een aantal rechtspositionele aanspraken in te zetten voor alternatieve beloningen c.q. doelen, die op grond van de belastingwetgeving een fiscaal voordeel opleveren ten opzichte van netto-uitbetaling. In concreto zijn de volgende keuzemogelijkheden aan de rechtspositie toegevoegd:
a) de mogelijkheid voor de ambtenaar om per kalenderjaar maximaal 100 uren meer te werken;
b) de mogelijkheid voor de ambtenaar om per kalenderjaar maximaal 80 uren minder te werken;
c) de ambtenaar kan kiezen voor de fiscaal gefaciliteerde doelen: aanschaf van een personal computer en fiets (beiden voor zakelijk gebruik), vermindering ouderbijdrage kinderopvang, studiefaciliteiten (d.w.z. studie of opleiding voor beroep, cursussen en vakliteratuur), opbouw individuele oudedagsvoorziening, tegemoetkoming in de kosten woon-werkverkeer. Voor deze doelen mag de ambtenaar de volgende bronnen geheel of gedeeltelijk inzetten: de vergoeding voor extra gewerkte uren ( artikel 21c ARAR), de vergoeding voor overwerk ( artikel 23 BBRA 1984), de verlaging van de vakantie-aanspraken ( artikel 22 ARAR), de tegemoetkoming in de ziektekosten ( BTZR ), de eindejaarsuitkering ( artikel 20a BBRA 1984), de vakantie-uitkering ( artikel 21 BBRA 1984), de incidentele toeslag ( artikel 22a BBRA 1984) en de eenmalige mobiliteitstoeslag ( artikel 22c BBRA 1984).
De keuzen die een werknemer binnen een arbeidsvoorwaardelijk keuzesysteem maakt, kunnen doorwerken naar andere terreinen. Zo kan er sprake zijn van invloed op fiscale zaken, socialezekerheidsuitkeringen en op pensioenen. Een uitgebreid overzicht van deze consequenties is opgenomen in bijlage I , dat ter toetsing aan de Belastingdienst en het LISV is voorgelegd. Het is belangrijk dat de consequenties van die keuzen duidelijk zijn zodat de werknemers goed kunnen worden voorgelicht over deze consequenties.
Inhoudsopgave
Managementinformatie
1. Inleiding
2. De keuze om meer te werken
3. De keuze om minder te werken
4. Bronnen en doelen
4.1. De fiscale en sociaalzekerheidsrechtelijke voorwaarden voor het inzetten van bronnen voor doelen
4.2. Bronnen
a. Vergoeding voor meer uren werken
b. verlaging vakantieaanspraken ( artikel 22, twaalfde tot en met veertiende lid ARAR)
c. de eindejaarsuitkering ( artikel 20a BBRA 1984)
d. de vakantie-uitkering ( artikel 21 BBRA 1984)
e. de tegemoetkoming in de ziektekosten op basis van het Besluit tegemoetkoming ziektekosten rijkspersoneel
f. de eenmalige toeslag ( artikel 22a BBRA 1984)
g. de eenmalige mobiliteitstoeslag ( artikel 22c BBRA 1984)
h. de vergoeding voor overwerk ( artikel 23 BBRA 1984)
4.3. Doelen
a. Personal computer en/of bijbehorende randapparatuur
b. Fiets van de werkgever
c. Vermindering ouderbijdrage kinderopvang
d. Vergoeding voor studie, cursussen en vakliteratuur
e. Opbouw van individuele oudedagsvoorziening
f. tegemoetkoming kosten woon-werkverkeer
4.4. Overzicht bronnen en doelen
4.5
5. Aanvraagprocedure meer of minder uren te werken
6. Taak en bevoegdhedenverdeling centraal en decentraal
7. Arbeidsvoorwaardenmeter
8. Informatievoorziening
Slotopmerking
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht