1.
Hulp aan in gevaar verkerende schepen, aan zich aan boord daarvan bevindende zaken of aan van een schip afkomstige driftige, aangespoelde of gezonken zaken mag niet worden verleend tegen een uitdrukkelijk en redelijk verbod van de reder of kapitein van het schip in. Hulp aan andere in gevaar verkerende zaken mag niet worden verleend tegen een uitdrukkelijk en redelijk verbod in van de rechthebbende op de zaak.
2.
Een verbod tot hulpverlening kan steeds worden uitgevaardigd.
Inhoudsopgave
- Boek 8. Verkeersmiddelen en vervoer
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht