1.
Aan de ambtenaar, voor wie een salarisschaal geldt met een lager maximumsalaris dan dat van schaal 11 en die in opdracht van het bevoegde gezag overwerk verricht, wordt, behoudens het bepaalde in het derde lid, een vergoeding toegekend.
2.
Onder overwerk wordt verstaan arbeid buiten de werktijden geldende voor de ambtenaar krachtens een werktijdregeling als bedoeld in artikel 21 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of in bepalingen van dezelfde strekking in een soortgelijke regeling, voor zover daardoor het per werkperiode vastgestelde aantal arbeidsuren wordt overschreden.
3.
Voor overwerk dat gedurende korter dan een uur aansluitend aan de vastgestelde dagelijkse werktijd wordt verricht, wordt geen vergoeding toegekend.
4.
De werkperiode bedoeld in het tweede lid wordt gesteld op:
a. één dag, indien aanvang en einde van de werktijd in de regel niet aan wisselingen onderhevig zijn;
b. een tijdvak van tenminste zeven dagen, indien de tijdstippen van aanvang en einde van de werktijd volgens een tevoren vastgesteld rooster wisselen.
5.
De vergoeding voor overwerk bestaat uit:
a. verlof, gelijk aan het aantal uren overschrijding van het per werkperiode vastgestelde aantal arbeidsuren, en
b. Een bedrag in geld, dat voor elk uur van die overschrijding een percentage van het voor de ambtenaar geldende salaris per uur bedraagt.
6.
De vergoeding in verlof wordt zo spoedig mogelijk toegekend, doch in de regel niet later dan in de kalendermaand volgende op die, waarin de overschrijding plaats had, waarbij zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de wensen van de ambtenaar.
7.
Indien naar het oordeel van het bevoegde gezag het dienstbelang zich verzet tegen het toekennen van verlof, wordt in plaats van verlof voor ieder uur een bedrag in geld toegekend gelijk aan het voor de ambtenaar geldende salaris per uur.
8.
Het in het vijfde lid, onder b, bedoelde percentage bedraagt:
a. behoudens het gestelde onder b, het getal, vermeld in de onderstaande tabel
overwerk verricht op zaterdag en zondag op maandag t/m vrijdag
tussen 0 en 6 uur 100 50
tussen 6 en 22 uur 50 25
tussen 22 en 24 uur 100 50
b. De feestdagen, genoemd in artikel 21, zevende lid, onder a, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, worden voor de vergoeding van overwerk gelijkgesteld met een zondag.
9.
Voor het vaststellen van de duur van de overschrijding gelden de uren waarop krachtens het vijfde lid onder a, of krachtens het Algemeen Rijksambtenarenreglement dan wel een overeenkomstige regeling vakantie of verlof is genoten, als uren waarop is gewerkt.
10.
Aan ambtenaren voor wie verschillende salarisschalen gelden, die ingevolge een opdracht als bedoeld in het eerste lid gelijke werkzaamheden verrichten kan, in afwijking van het in voorgaande leden bepaalde, naar billijkheid een voor alle betrokken ambtenaren gelijke vergoeding worden toegekend. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan voor de toepassing hiervan nadere regels vaststellen.
11.
In bijzondere gevallen kan een regeling worden getroffen, welke het bepaalde in de vorige leden aanvult of daarvan afwijkt.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk II. Bepalingen betreffende het salaris
+ Hoofdstuk IIA
+ Hoofdstuk III. Bepalingen betreffende toelagen
+ Hoofdstuk IIIA. Bepalingen betreffende de eindejaarsuitkering
+ Hoofdstuk IV. Bepalingen betreffende de vakantie-uitkering
+ Hoofdstuk IVA. Bepalingen betreffende de toeslag
- Hoofdstuk V. Bepalingen betreffende vergoedingen voor extra diensten
+ Hoofdstuk VI. Bepalingen betreffende het bevoegde gezag
+ Hoofdstuk VIa. Rijksschoonmaakorganisatie
+ Hoofdstuk VII. Slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht