1.
In afwijking in zooverre van het bepaalde in de artikelen 28 en 29 van het Wetboek van Strafrecht en in artikel 35 van het Wetboek van Militair Strafrecht kan ontzetting van de rechten, vermeld in artikel 28, eerste lid, onder 1°., 2°., 3°. en 4°., van eerstgenoemd Wetboek, worden uitgesproken in alle gevallen van veroordeeling wegens eenig misdrijf, in artikel 1 genoemd.
2.
Onder het bekleeden van ambten of van bepaalde ambten, als bedoeld in artikel 28, eerste lid, onder 1° van het Wetboek van Strafrecht, is voor de toepassing van dit besluit niet begrepen het verrichten van werkzaamheden krachtens indienstneming op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht door of vanwege het Rijk of eenig openbaar lichaam.
3.
Zoodanige indienstneming op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht geschiedt alleen in ondergeschikte en niet verantwoordelijke functies.
4.
In alle gevallen, bedoeld in het eerste lid, kan de schuldige insgelijks worden ontzet van het recht om bepaalde beroepen of groepen van beroepen uit te oefenen of bepaalde functies of groepen van functies te bekleeden, waarvoor hij naar het oordeel van den rechter de in het algemeen belang vereischte waardigheid of betrouwbaarheid mist.
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 7a
Artikel 7b
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 9a
Artikel 10
Artikel 11
Artikel 12
Artikel 13
Artikel 14
Artikel 15
Artikel 15a
Artikel 16
Artikel 17
Artikel 18
Artikel 19
Artikel 20
Artikel 21
Artikel 22
Artikel 23
Artikel 24
Artikel 25
Artikel 26
Artikel 27
Artikel 27a
Artikel 28
Artikel 29
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken