1.
In geval van invaliditeit die voortvloeit uit een dienstongeval of een beroepsziekte, wordt aan de desbetreffende ambtenaar smartengeld vergoed tot een netto maximum bedrag van € 150.000,–.
2.
In geval de ambtenaar is komen te overlijden ten gevolge van een dienstongeval, wordt aan de weduwe of weduwnaar van wie de overleden ambtenaar niet duurzaam gescheiden leefde een netto bedrag van € 75.000,– uitgekeerd.
4.
Onze Minister stelt nadere regels vast omtrent de toekenning van de uitkering, bedoeld in het eerste lid.
5.
De bedragen genoemd in het eerste en tweede lid worden per 1 januari van elk kalenderjaar bij ministeriele regeling gewijzigd overeenkomstig de consumentenprijsindex.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene bepaling
+ Hoofdstuk II. Aanstelling
+ Hoofdstuk III. Arbeids- en rusttijden
+ Hoofdstuk III.a
+ Hoofdstuk IV. Vakantie
+ Hoofdstuk IV.A. Individuele keuzemogelijkheden in arbeidsvoorwaarden
+ Hoofdstuk V. Verlof
+ Hoofdstuk VI. Buitengewoon verlof
- Hoofdstuk VII. Arbeidsgezondheidskundige begeleiding en maatregelen en enkele overige bepalingen in verband met ziekte en zwangerschap
+ Hoofdstuk VII.a. Integriteit
+ Hoofdstuk VII.b. Voorzieningen bij reorganisaties
+ Hoofdstuk VIII. Overige rechten en verplichtingen van de ambtenaar
+ Hoofdstuk IX. Straffen
+ Hoofdstuk X. Schorsing en ontslag
+ Hoofdstuk XI. Overgangs- en slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht