1.
De persoon die op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van artikel 1.6, onderdeel A, verzekerd was op grond van artikel 5 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, en aanspraak had op een uitkering als bedoeld in artikel 20, eerste lid, onder b, van het Besluit zorgaanspraken AWBZ, behoudt aanspraak op zodanige uitkering voor de kosten van zorg waarop op die dag aanspraak bestond op grond van artikel 6 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, voor zover:
a. de verlening van de zorg op of voor die dag is begonnen, of
b. het zorg betreft waarop hij aansluitend aan of in plaats van de onder a bedoelde zorg in redelijkheid is aangewezen.
2.
Het eerste lid geldt na de termijn, bedoeld in artikel 8.3 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 niet voor zorg, bedoeld in artikel 8.1 van die wet en geldt na de termijn, bedoeld in artikel 10.1, derde of vierde lid, van de Jeugdwet niet voor zorg, bedoeld in artikel 10.1, tweede lid, van die wet.
Inhoudsopgave
- Hoofdstuk 1. Volksgezondheid, Welzijn en Sport
+ Hoofdstuk 2. Justitie
+ Hoofdstuk 3. Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
+ Hoofdstuk 4. Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
+ Hoofdstuk 5. Financiën
+ Hoofdstuk 6. Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
+ Hoofdstuk 7. Economische Zaken
+ Hoofdstuk 8. Sociale Zaken en Werkgelegenheid
+ Hoofdstuk 9. Slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht