50 artikelen

Zoek naar volledige regelingen artikelen artikel-leden
  1, 2, 3, 4, 5   »
Artikel 1, Natuurschoonwet 1928     Artikel 1 • 1. Deze wet verstaat onder: • a. landgoed: een in Nederland gelegen, geheel of gedeeltelijk met natuurterreinen, bossen of andere houtopstanden bezette onroerende zaak - daaronder begrepen die waarop een buitenplaats of andere, bij het karakter van het landgoed passende, opstallen voorkomen - voor zover het blijven voortbestaan van die onroerende zaak in zijn karakter... BWBR0001939
Artikel 2, Natuurschoonwet 1928     Artikel 2 • 1. De eigenaar die zijn onroerende zaak wenst aangemerkt te zien als een landgoed, doet aan Onze Ministers een daartoe strekkend verzoek dat wordt ingediend bij Onze Minister. • 2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot: • a. de wijze van indiening van een verzoek als bedoeld in het eerste lid en de besluitvormi... BWBR0001939
Artikel 3, Natuurschoonwet 1928     Artikel 3 • 1. Een als landgoed aangemerkte onroerende zaak wordt niet langer als zodanig beschouwd in de gevallen waarin: • a. de eigenaar Onze Minister schriftelijk mededeelt dat hij zijn de onroerende zaak niet langer wenst aangemerkt te zien als een landgoed; • b. het karakter van landgoed van de onroerende zaak is aangetast of verloren is gegaan door gebrek aan behoor... BWBR0001939
Artikel 3a, Natuurschoonwet 1928     Artikel 3a • 1. Indien de onroerende zaak, bedoeld in artikel 1, vierde lid , na verloop van drie jaren nadat zij als een landgoed is aangemerkt, niet voldoet aan de in artikel 1, tweede lid, onderdeel b , bedoelde voorwaarden, dan wel indien zij naar het oordeel van Onze Minister na die termijn niet aan die voorwaarden zal voldoen, beslissen Onze Ministers bij gezamenlijke beschi... BWBR0001939
Artikel 4, Natuurschoonwet 1928     Artikel 4 • 1. Vanaf het tijdstip waarop een onroerende zaak of een gedeelte daarvan niet langer als een landgoed wordt aangemerkt, wordt die onroerende zaak of dat gedeelte binnen een termijn van 10 jaren niet opnieuw als zodanig aangemerkt ingeval het verzoek daartoe wordt gedaan door degene die op dat tijdstip eigenaar was of door een vennootschap waarvan hij middellijk of onmiddelli... BWBR0001939
Artikel 7, Natuurschoonwet 1928     Artikel 7 • 1. Indien tot een verkrijging in de zin van de Successiewet 1956 een onroerende zaak behoort, die is aangemerkt als een landgoed vindt - mits aan de in het volgende lid gestelde voorwaarden is voldaan - geen invordering plaats van het verschil tussen de volgens de aanslag verschuldigde schenkbelasting onderscheidenlijk erfbelasting en de belasting, welke verschuldigd z... BWBR0001939
Artikel 7a, Natuurschoonwet 1928     Artikel 7a • 1. Voor de heffing van de schenk- en erfbelasting, geheven krachtens de Successiewet 1956 en voor de toepassing van artikel 8a , worden de bezittingen en schulden van een naamloze vennootschap of van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid als bezittingen en schulden harer gezamenlijke aandeelhouders beschouwd, indien: • a. de werkzaamheden d... BWBR0001939
Artikel 8, Natuurschoonwet 1928     Artikel 8 • 1. In het geval waarin een beschikking is genomen als bedoeld in artikel 3a, eerste lid , dan wel indien binnen een tijdvak van 25 jaren na het overlijden of de schenking zich één van de in artikel 3, derde, vierde en zevende lid , genoemde gevallen voordoet, wordt de belasting - waarvan ingevolge artikel 7, eerste lid , invordering achterwege is gebleven - alsnog... BWBR0001939
Artikel 8a, Natuurschoonwet 1928     Artikel 8a • 1. Indien degene ten aanzien van wie artikel 7 toepassing heeft gevonden, binnen een tijdvak van 25 jaren na het overlijden of de schenking: • a. de eigendom van het landgoed overdraagt, of • b. het recht van vruchtgebruik of, behoudens ingeval de hoofdgerechtigde nog steeds als eigenaar wordt aangemerkt op grond van artikel 1, derde lid , dat van erfpa... BWBR0001939
Artikel 9, Natuurschoonwet 1928     Artikel 9 Op de ingevolge de artikelen 7 , 8 en 8a aan te geven waarden en op te leggen aanslagen zijn de wettelijke bepalingen betreffende de schenk- en erfbelasting en de bepalingen van de Algemene wet inzake rijksbelastingen voor zoveel mogelijk van toepassing. BWBR0001939
  1, 2, 3, 4, 5   »

Verfijn de resultaten op


Wis alle selecties

Soort regeling

Verantwoordelijk ministerie