16.348 artikelen

Zoek naar volledige regelingen artikelen artikel-leden
  1, 2, 3 ... 1633, 1634, 1635   »
Artikel 1, Wet behoud scheepsruimte 1939     Artikel 1 In deze wet wordt verstaan onder: • a. «schepen»: schepen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek ; • b. «binnenschepen»: binnenschepen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek ; • c. «binnenschepen, die in Nederland thuisbehoren»: binnenschepen in de zin van artikel 3, eerste... BWBR0001998
Artikel 1a, Wet behoud scheepsruimte 1939     Artikel 1a • 1. Onverminderd de artikelen 7, eerste lid, en 8, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden kunnen, ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken, bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, de artikelen 2, 3 , 4 en 8 in werking worden gesteld. • 2. Wanneer het in het eerste lid bedoelde besluit is... BWBR0001998
Artikel 2, Wet behoud scheepsruimte 1939     Artikel 2 • 1. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan verbieden op enigerlei wijze te bewerken of ertoe mede te werken, dat een binnenschip, dat in Nederland thuisbehoort, zonder door of namens hem verleende vergunning: • a. zijn hoedanigheid van binnenschip, dat in Nederland thuisbehoort, verliest; • b. in eigendom, in gebruik of ter beschikking wordt overgedragen; ... BWBR0001998
Artikel 3, Wet behoud scheepsruimte 1939     Artikel 3 Een verbod, als bedoeld in artikel 2, kan ook uitsluitend bepaalde schepen of groepen van schepen betreffen. BWBR0001998
Artikel 4, Wet behoud scheepsruimte 1939     Artikel 4 • 1. Bij het aanvragen van een vergunning betreffende een vaart, een reis of een reeks van reizen, moeten deze nauwkeurig worden omschreven. • 2. Aan de in artikel 2 bedoelde vergunningen kunnen voorschriften worden verbonden. Beschikbaarstelling van scheepsruimte zal niet als voorschrift gesteld worden. • 3. Het verleenen van een vergunning laat onverkort iede... BWBR0001998
Artikel 5, Wet behoud scheepsruimte 1939     Artikel 5 • 1. Hij die door handelen of nalaten een verbod, als bedoeld in artikel 2, opzettelijk overtreedt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van ten hoogste € 4 500. • 2. Hij aan wiens schuld te wijten is, dat een verbod, als bedoeld in artikel 2, wordt overtreden, hetzij door hemzelf, hetzij door een ander, wordt gestraft met ge... BWBR0001998
Artikel 6, Wet behoud scheepsruimte 1939     Artikel 6 • 1. Hij die een voorwaarde, als bedoeld in artikel 4, lid 2 , opzettelijk niet nakomt, dan wel door handelen of nalaten opzettelijk bewerkt of opzettelijk medebewerkt, dat een zoodanige voorwaarde niet wordt nagekomen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van ten hoogste € 4 500. • 2. Hij aan wiens schuld te wijten is, dat ee... BWBR0001998
Artikel 7, Wet behoud scheepsruimte 1939     Artikel 7 • 1. Met de opsporing van de bij of krachtens deze rijkswet strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering , belast: • a. de officieren der Koninklijke Marine, behoorende tot het Korps zeeofficieren, en, voorzoover zij in werkelijken dienst zijn, de tot dit Korps behoorende officieren der Koninklijke Marine Reserve; &bull... BWBR0001998
Artikel 8, Wet behoud scheepsruimte 1939     Artikel 8 De artikelen 5:13 , 5:17 en 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de in artikel 7, eerste lid , bedoelde ambtenaren in Nederland. BWBR0001998
Artikel 10, Wet behoud scheepsruimte 1939     Artikel 10 Deze wet kan worden aangehaald onder den titel "Wet behoud scheepsruimte 1939". BWBR0001998
  1, 2, 3 ... 1633, 1634, 1635   »

Verfijn de resultaten op


Wis alle selecties

Soort regeling