1.
Indien de degene aan wie ziekengeld is toegekend, aanspraak heeft op verstrekking of vergoeding van zorg als bedoeld in de Wet langdurige zorg en op grond van die wet een bijdrage voor die zorg verschuldigd is, is het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bevoegd het ziekengeld tot het bedrag van die bijdrage in plaats van aan degene aan wie het ziekengeld is toegekend, zonder diens machtiging uit te betalen aan het Zorginstituut Nederland, genoemd in artikel 58, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet.
2.
Indien degene, aan wie ziekengeld is toegekend, in een inrichting ter verpleging van geesteszieken of van zwakzinnigen is opgenomen en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, van de desbetreffende inrichting of van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente die de opnamekosten betaalt, het verzoek ontvangt om het ziekengeld aan die inrichting of die gemeente uit te betalen, is het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bevoegd dat verzoek zonder het stellen van andere voorwaarden in te willigen.
3.
Indien het eerste lid toepassing vindt, heeft de in het tweede lid bedoelde bevoegdheid betrekking op het gedeelte van het ziekengeld, dat niet aan het Zorginstituut Nederland wordt uitbetaald.
4.
Een herziening van de betaling op grond van het eerste lid als gevolg van een wijziging van de verschuldigde bijdrage vindt plaats zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld.
Inhoudsopgave
+ Eerste afdeling. Algemene bepalingen
- Tweede afdeling. Van de verzekering van uitkering van ziekengeld
+ Derde afdeling. Bepalingen in verband met de Algemene wet bestuursrecht en het beroep in cassatie
+ Vierde afdeling. Aanspraak op bezoldiging en reïntegratieverplichtingen overheidspersoneel
+ Vijfde afdeling. Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht