1.
De verzekerde die ziekengeld ontvangt is verplicht in voldoende mate te trachten mogelijkheden tot het verrichten van passende arbeid te behouden of te verkrijgen.
2.
Ter naleving van de plicht, bedoeld in het eerste lid, is de verzekerde die ziekengeld ontvangt in elk geval verplicht:
a. zich geneeskundig te laten behandelen of aanwijzingen van een arts op te volgen indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het re-integratiebedrijf in opdracht van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, daartoe opdracht geeft en zijn genezing niet te belemmeren;
b. mee te werken aan activiteiten of werkzaamheden, gericht op zijn inschakeling in de arbeid, die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wenselijk acht voor verkrijging van mogelijkheden tot verrichten van passende arbeid;
c. mee te werken aan aanpassing van de arbeidsplaats en aan persoonsgebonden voorzieningen die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt voor verkrijging van mogelijkheden tot het verrichten van passende arbeid en zo nodig trachten die aanpassing en die voorzieningen te verkrijgen;
d. mee te werken aan het opstellen van het plan van aanpak, bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, en het re-integratieplan, bedoeld in artikel 30a, zesde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
e. te voldoen aan verplichtingen die zijn opgenomen in het plan van aanpak en het re-integratieplan, bedoeld in onderdeel d.
Inhoudsopgave
+ Eerste afdeling. Algemene bepalingen
- Tweede afdeling. Van de verzekering van uitkering van ziekengeld
+ Derde afdeling. Bepalingen in verband met de Algemene wet bestuursrecht en het beroep in cassatie
+ Vierde afdeling. Aanspraak op bezoldiging en reïntegratieverplichtingen overheidspersoneel
+ Vijfde afdeling. Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht