1.
Hij die een luchtvaartuig door geweld, bedreiging met geweld of vreesaanjaging in zijn macht brengt of houdt dan wel van zijn route doet afwijken, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie.
2.
Indien twee of meer personen gezamenlijk of ten gevolge van samenspanning het feit plegen, of indien het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft, dan wel het feit is gepleegd met het oogmerk iemand wederrechtelijk van zijn vrijheid te beroven of beroofd te houden, wordt gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie opgelegd.
3.
Indien het feit de dood ten gevolge heeft, wordt levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de vijfde categorie opgelegd.
4.
De straffen in het eerste lid bepaald, zijn toepasselijk op degene die de in dit lid omschreven misdrijven pleegt ten aanzien van een vaartuig, een installatie ter zee, een autobus, een trein of een ander middel van openbaar vervoer dan wel een vrachtwagen met een gevaarlijke lading.
Inhoudsopgave
+ Eerste Boek. Algemene bepalingen
- Tweede Boek. Misdrijven
+ Derde Boek. Overtredingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht