1.
Met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie wordt gestraft hij die een gift of een belofte aanneemt naar aanleiding van hetgeen hij heeft gedaan of nagelaten dan wel zal doen of nalaten in verband met een op hem of op de persoon bij wie hij in dienst is, rustende wettelijke plicht tot
a. het verstrekken van inlichtingen betreffende telecommunicatie aan de ambtenaren van de justitie of politie, dan wel
b. het verlenen van medewerking aan het aftappen of opnemen van telecommunicatie.
2.
Met gelijke straf wordt gestraft hij die een ander een gift of een belofte doet naar aanleiding van hetgeen deze heeft gedaan of nagelaten dan wel zal doen of nalaten in verband met een op hem of op de persoon bij wie hij in dienst is, rustende wettelijke plicht als bedoeld in het eerste lid.
Inhoudsopgave
+ Eerste Boek. Algemene bepalingen
- Tweede Boek. Misdrijven
+ Derde Boek. Overtredingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht