1.
Het is verboden zonder consent een wapen of munitie van de categorieën II en III te doen binnenkomen of te doen uitgaan, alsmede om de bij binnenkomst aangegeven bestemming van zulke wapens of munitie zonder consent te wijzigen.
2.
Een consent tot wijziging van de bij binnenkomst aangegeven bestemming staat gelijk aan een consent tot binnenkomen voor de gewijzigde bestemming.
3.
Een consent is uitsluitend geldig voor wapens en munitie die zodanig zijn verpakt dat zij niet voor onmiddellijk gebruik kunnen worden aangewend.
4.
Onze Minister kan bij regeling vrijstelling van het verbod van het eerste lid verlenen met betrekking tot:
a. sportschutters en jagers;
b. doorvoer van wapens of munitie;
c. de uitrusting van vaartuigen en luchtvaartuigen, alsmede van de bemanning daarvan.
Geen vrijstelling kan worden verleend ten aanzien van het, anders dan tijdelijk, doen uitgaan van wapens en munitie naar een lidstaat van de Europese Unie.
5.
De houder van een in Nederland afgegeven consent of van een in een andere lidstaat van de Europese Unie afgegeven vergunning voor het doen binnenkomen, doorvoeren of doen uitgaan van wapens of munitie, is verplicht de wapens en munitie tot aan de bestemming, respectievelijk het verlaten van het grondgebied van Nederland, te doen vergezellen van het consent of de vergunning.
6.
Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op een verzoek om een consent.
Artikel 15
Onze Minister kan, na overleg met Onze Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, bepalen dat op grond van de Algemene douanewet afgegeven vergunningen tevens gelden als consent in de zin van artikel 14.
1.
Voor zover het krachtens artikel 15 bepaalde niet van toepassing is, verleent Onze Minister van Defensie het consent tot binnenkomen ten behoeve van de krijgsmacht en Onze Minister dat ten behoeve van de overige openbare dienst.
2.
In alle overige gevallen wordt een consent verleend door het onderdeel van de Belastingdienst, de Centrale dienst voor in- en uitvoer.
1.
Een consent tot binnenkomen wordt geweigerd indien de aanvrager niet gerechtigd is de wapens of de munitie in Nederland voorhanden te hebben, tenzij deze zijn bestemd voor overbrenging en opslag onder douaneverband.
2.
Een consent tot uitgaan wordt geweigerd indien niet uit een door de aanvrager over te leggen bewijsstuk blijkt of niet uit anderen hoofde bekend is dat de bevoegde autoriteiten van het land van bestemming geen bedenkingen hebben tegen de aanwezigheid van de wapens of munitie op hun grondgebied.
3.
Wanneer een lidstaat van de Europese Unie het land van bestemming of van doorvoer is van de wapens of munitie waarop de aanvraag betrekking heeft, doet het onderdeel van de Belastingdienst, de Centrale dienst voor in- en uitvoer mededeling aan die lidstaat van het verlenen van het consent.
Inhoudsopgave
+ § 1. Algemene bepalingen
+ § 2. Erkenning
+ § 3. Bepalingen voor wapens van categorie I
- § 4. Binnenkomen en uitgaan van wapens en munitie van de categorieën II en III
- § 4a. Uitvoer van vuurwapens en munitie opgenomen in bijlage I van verordening (EU) nr. 258/2012
+ § 5. Vervoer van wapens en munitie van de categorieën II en III
+ § 6. Voorhanden hebben en dragen van wapens en munitie van de categorieën II, III en IV
+ § 7. Overdracht en verkrijging van wapens en munitie van de categorieën II, III en IV
+ § 7a. Markering van vuurwapens en munitie
+ § 8. Veiligheidseisen
+ § 9. Beroep
+ § 10. Bepalingen over de uitvoering van de wet
+ § 11. Toezicht op de naleving
+ § 11a. Opsporing
+ § 12. Strafbepalingen
+ § 13. Slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht