1.
Verlof tot het voorhanden hebben van een wapen en munitie wordt, uitsluitend voor wapens en munitie behorend tot categorie III, verleend door de korpschef.
2.
Een verlof wordt verleend indien:
a. een redelijk belang de verlening van het verlof vordert;
b. de aanvrager geen gevaar voor zichzelf, de openbare orde of veiligheid kan vormen;
c. de aanvrager tenminste de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt, behoudens afwijking voor leden van een schietvereniging.
3.
Het belang met het oog waarop het verlof is verleend, wordt in het verlof omschreven.
4.
Een verlof heeft een geldigheid van ten hoogste een jaar en kan worden verlengd, indien aan de vereisten voor de verlening daarvan nog wordt voldaan.
5.
Indien de aanvrager die geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft, ingezetene is van een van de andere lid-staten van de Europese Gemeenschappen, doet Onze Minister mededeling aan die lid-staat van de verlening van een verlof als bedoeld in het eerste lid, wanneer het verlof betrekking heeft op wapens of munitie ten aanzien waarvan het voorhanden hebben in die lid-staat aan een vergunning is onderworpen.
Inhoudsopgave
+ § 1. Algemene bepalingen
+ § 2. Erkenning
+ § 3. Bepalingen voor wapens van categorie I
+ § 4. Binnenkomen en uitgaan van wapens en munitie van de categorieën II en III
- § 4a. Uitvoer van vuurwapens en munitie opgenomen in bijlage I van verordening (EU) nr. 258/2012
+ § 5. Vervoer van wapens en munitie van de categorieën II en III
- § 6. Voorhanden hebben en dragen van wapens en munitie van de categorieën II, III en IV
+ § 7. Overdracht en verkrijging van wapens en munitie van de categorieën II, III en IV
+ § 7a. Markering van vuurwapens en munitie
+ § 8. Veiligheidseisen
+ § 9. Beroep
+ § 10. Bepalingen over de uitvoering van de wet
+ § 11. Toezicht op de naleving
+ § 11a. Opsporing
+ § 12. Strafbepalingen
+ § 13. Slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht