1.
Vreemdelingen die in de openbare lichamen verblijven en die niet bij of krachtens artikel 3 of 5a zijn toegelaten tot verblijf, behoeven een verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd.
2.
Een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend voor ten hoogste vijf achtereenvolgende jaren. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd en de verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Nationale visa
+ Hoofdstuk 3. Toegang
+ Hoofdstuk 4. Toelating van rechtswege
- Hoofdstuk 5. Toelating bij vergunning verleend
+ Hoofdstuk 6. Gevolg verlies afhankelijke toelating van de echtgenoot en minderjarige kinderen
+ Hoofdstuk 7. Intrekking van de vergunning tot toelating
+ Hoofdstuk 8. Vrijheidsbeperkende en vrijheid-ontnemende maatregelen
+ Hoofdstuk 9. Vertrek, uitzetting en ongewenstverklaring
+ Hoofdstuk 10. Processuele bepalingen
+ Hoofdstuk 11. Uitvoeringsmaatregelen
+ Hoofdstuk 12. Aanwijzing en bevoegdheden van ambtenaren
+ Hoofdstuk 13. Maatregelen van toezicht
+ Hoofdstuk 14. Bijzondere rechtsmiddelen
+ Hoofdstuk 15. Algemene, straf- en slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken