4.
Bij de gecoördineerde voorbereiding en bekendmaking als bedoeld in het eerste lid, onder b of c, wordt de procedure beschreven in de artikelen 3.31 en 3.32, respectievelijk die procedure in samenhang met hetzij, in geval van een inpassingsplan, de procedure beschreven in artikel 3.8, eerste, derde en vijfde lid, hetzij, in geval van een omgevingsvergunning, de uitgebreide voorbereidingsprocedure beschreven in paragraaf 3.3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht toegepast, met dien verstande dat Onze in de wet of het besluit, bedoeld in de aanhef van het eerste lid, aangewezen Minister in de plaats treedt van burgemeester en wethouders en deze Minister en Onze Minister gezamenlijk in de plaats van de gemeenteraad. In geval van een omgevingsvergunning als bedoeld in de eerste volzin treden de betrokken besluiten in werking met ingang van de dag na die waarop de beroepstermijn afloopt.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Structuurvisies
- Hoofdstuk 3. Bestemmings- en inpassingsplannen
+ Hoofdstuk 3A. Beheersverordening
+ Hoofdstuk 4. Algemene regels en specifieke aanwijzingen
Hoofdstuk 5. Intergemeentelijke samenwerking in stedelijke gebieden
+ Hoofdstuk 6. Financiële bepalingen
+ Hoofdstuk 7. Handhaving en toezicht op de uitvoering
+ Hoofdstuk 8. Bezwaar en beroep
+ Hoofdstuk 9. Planologische organen
+ Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht