2.
In een wet of besluit als bedoeld in de aanhef van het eerste lid strekkende tot toepassing van dat lid, onder a of c, wordt de Minister aangewezen die, in afwijking van artikel 3.28, tweede lid, in de plaats treedt van burgemeester en wethouders en gezamenlijk met Onze Minister in de plaats treedt van de gemeenteraad.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Structuurvisies
- Hoofdstuk 3. Bestemmings- en inpassingsplannen
+ Hoofdstuk 3A. Beheersverordening
+ Hoofdstuk 4. Algemene regels en specifieke aanwijzingen
Hoofdstuk 5. Intergemeentelijke samenwerking in stedelijke gebieden
+ Hoofdstuk 6. Financiële bepalingen
+ Hoofdstuk 7. Handhaving en toezicht op de uitvoering
+ Hoofdstuk 8. Bezwaar en beroep
+ Hoofdstuk 9. Planologische organen
+ Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht