1.
De Raad kent een Afdeling advisering.
2.
De Afdeling advisering bestaat uit:
a. de vice-president en
b. de leden, de staatsraden en de staatsraden in buitengewone dienst die in de Afdeling advisering zijn benoemd.
3.
De leden van het koninklijk huis, bedoeld in artikel 1, tweede en derde lid, hebben zitting in de Afdeling advisering. Artikel 1, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
4.
De vice-president is voorzitter van de Afdeling advisering. Artikel 7 is van overeenkomstige toepassing.
1.
Wij horen de Afdeling advisering over:
a. de voorstellen van wet door Ons aan de Staten-Generaal te doen;
b. de ontwerpen van algemene maatregelen van bestuur;
c. de voorstellen tot goedkeuring van een verdrag of van het voornemen tot opzegging van een verdrag.
2.
Wij horen de Afdeling advisering voorts in de gevallen waarin een wet dit voorschrijft en over alle aangelegenheden waaromtrent Wij het nodig oordelen.
3.
Wij brengen bij de Afdeling advisering ter overweging de ontwerpen van krachtens enige wet te nemen koninklijke besluiten tot vernietiging.
4.
De voorstellen, ontwerpen en besluiten vermelden dat de Afdeling advisering van de Raad van State is gehoord.
1.
De Tweede Kamer der Staten-Generaal hoort de Afdeling advisering over de bij haar door een of meer leden aanhangig gemaakte voorstellen van wet, voordat zij deze in behandeling neemt.
2.
In de gevallen waarin de Tweede Kamer der Staten-Generaal zulks nodig oordeelt, hoort zij de Afdeling advisering voorts omtrent de in het eerste lid bedoelde voorstellen, nadat deze in behandeling zijn genomen.
3.
Wij horen de Afdeling advisering niet over de bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal door een of meer leden aanhangig gemaakte voorstellen van wet, voordat zij door de Staten-Generaal zijn aangenomen.
4.
Het eerste, het tweede en het derde lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de Staten-Generaal in verenigde vergadering.
Artikel 19
Het horen van de Afdeling advisering kan achterwege blijven over:
a. voorstellen van wet tot wijziging van de begroting van het Rijk;
b. voorstellen van wet tot goedkeuring van een verdrag of van het voornemen tot opzegging van een verdrag, indien dit verdrag of dit voornemen eerder ter stilzwijgende goedkeuring aan de Staten-Generaal was voorgelegd.
1.
De Afdeling advisering stelt het ontwerp op van een koninklijk besluit als bedoeld in artikel 136 van de Grondwet.
2.
Binnen zes maanden nadat het ontwerp is opgesteld kan Onze Minister wie het aangaat, de Afdeling advisering gemotiveerd verzoeken haar ontwerp in nadere overweging te nemen. Indien het koninklijk besluit afwijkt van het ontwerp of het nader ontwerp wordt het in het Staatsblad geplaatst met het ontwerp, bedoeld in het eerste lid en indien daarvan sprake is, het nader ontwerp. Indien niet binnen zes maanden een verzoek als bedoeld in de eerste volzin is gedaan luidt het koninklijk besluit overeenkomstig het ontwerp.
Artikel 21
De Afdeling advisering adviseert Ons voorts indien zij dit nodig acht.
1.
De Afdeling advisering dient op verzoek Onze Ministers dan wel een van beide kamers der Staten-Generaal van voorlichting in aangelegenheden van wetgeving en bestuur.
2.
Indien voorlichting wordt gegeven aan een van beide kamers der Staten-Generaal, draagt deze kamer zorg voor de openbaarmaking, bedoeld in artikel 26, eerste lid, onderdeel c.
Artikel 22
In de gevallen, bedoeld in artikel 17, wordt de aangelegenheid hetzij door Ons, op voordracht van Onze Minister wie het aangaat, hetzij door Onze Minister krachtens koninklijke machtiging, ter overweging aanhangig gemaakt.
1.
Onze Ministers geven aan de Afdeling advisering de inlichtingen, die in verband met de uitoefening van haar taak vereist worden.
2.
Het inwinnen door de Afdeling advisering van inlichtingen bij anderen dan Onze Minister, wie het aangaat, geschiedt door tussenkomst van deze.
3.
De vice-president kan personen oproepen om aan de Afdeling advisering voorlichting en advies te geven.
Artikel 24
De Afdeling advisering beraadslaagt met Onze Minister, wie het aangaat, indien de Afdeling advisering of de Minister zulks mocht verlangen.
Artikel 25
Van de koninklijke besluiten in aangelegenheden, waarover de Afdeling advisering is gehoord, wordt aan deze mededeling gedaan.
1.
Onze Minister wie het rechtstreeks aangaat draagt zorg voor het openbaar maken in de Staatscourant van
a. adviezen van de Afdeling advisering, door Ons gevraagd,
b. adviezen als bedoeld in artikel 21,
c. voorlichting in aangelegenheden van wetgeving en bestuur als bedoeld in artikel 21a.
2.
Openbaarmaking van de adviezen, bedoeld in het eerste lid onder a, geschiedt tezamen met openbaarmaking van de aan de Afdeling advisering voorgelegde tekst en van het nader rapport aan Ons. Zij heeft plaats voor wat betreft
a. adviezen over door Ons ingezonden voorstellen van wet: gelijktijdig met de inzending daarvan aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal;
b. adviezen over voorstellen van wet door de Staten-Generaal aan Ons gedaan: gelijktijdig met de bekendmaking van de wet;
c. adviezen over verdragen met andere mogendheden en volkenrechtelijke organisaties, aan de Staten-Generaal ter stilzwijgende goedkeuring over te leggen: gelijktijdig met de overlegging daarvan aan de Staten-Generaal;
d. adviezen over algemene maatregelen van bestuur en andere koninklijke besluiten: gelijktijdig met de bekendmaking.
3.
Openbaarmaking van adviezen als bedoeld in het eerste lid, onder a, welke niet kan geschieden zoals voorzien in het tweede lid, alsmede openbaarmaking van adviezen als bedoeld in het eerste lid, onder b en van voorlichting in aangelegenheden van wetgeving en bestuur als bedoeld in het eerste lid, onder c, geschiedt uiterlijk binnen dertig dagen nadat is beslist op het advies, de voordracht of een ander voorstel van de Afdeling advisering onderscheidenlijk op de voorlichting in aangelegenheden van wetgeving en bestuur van die Afdeling. Daarbij worden, in voorkomend geval, mede openbaar gemaakt het nader rapport en de aan de Afdeling advisering voorgelegde tekst alsmede het koninklijk besluit, indien de openbaarmaking niet elders is geregeld. De openbaarmaking heeft plaats op de wijze, voorgeschreven in artikel 9, eerste en tweede lid, van de Wet openbaarheid van bestuur.
4.
Openbaarmaking blijft achterwege in de gevallen, bedoeld in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur.
5.
Actieve openbaarmaking kan achterwege blijven indien een advies als bedoeld in het eerste lid, onder a, zonder meer instemmend luidt, dan wel uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat.
6.
De Afdeling advisering doet in haar adviezen, bedoeld in het eerste lid, voorstellen omtrent de toepassing van de bepalingen van het vierde of vijfde lid.
1.
De Tweede Kamer der Staten-Generaal en de Staten-Generaal in verenigde vergadering dragen zorg voor het openbaar maken van de adviezen van de Afdeling advisering, bedoeld in artikel 18, eerste en tweede lid, onderscheidenlijk vierde lid, alsmede voor een schriftelijke reactie op deze adviezen.
2.
Openbaarmaking van de adviezen geschiedt tezamen met openbaarmaking van de schriftelijke reactie.
3.
Openbaarmaking blijft achterwege in de gevallen, bedoeld in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur.
4.
Actieve openbaarmaking kan achterwege blijven indien het advies zonder meer instemmend luidt, dan wel uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat.
5.
De Afdeling advisering doet in de adviezen voorstellen omtrent de toepassing van de bepalingen van het derde of vierde lid.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. De Raad van State in het algemeen
- Hoofdstuk II. De Afdeling advisering
+ Hoofdstuk III. De Afdeling bestuursrechtspraak
+ Hoofdstuk IV. Slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht