1.
Onverenigbaar met het ambt van vice-president of lid zijn:
a. de openbare betrekkingen, aan welke een vaste beloning of toelage is verbonden;
b. het lidmaatschap van publiekrechtelijke colleges, waarvoor de keuze geschiedt bij krachtens wettelijk voorschrift uitgeschreven verkiezingen;
c. het ambt of beroep van advocaat, notaris, accountant, belastingconsulent of zaakwaarnemer;
d. betrekkingen waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van hun ambt of op de handhaving van hun onpartijdigheid en onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin.
Inhoudsopgave
- Hoofdstuk I. De Raad van State in het algemeen
+ Hoofdstuk II. De Afdeling advisering
+ Hoofdstuk III. De Afdeling bestuursrechtspraak
+ Hoofdstuk IV. Slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht