1.
De voorzitter van een meervoudige of grote kamer doet in raadkamer hoofdelijk omvraag. De voorzitter maakt zelf als laatste zijn oordeel kenbaar.
2.
Ieder lid is verplicht aan de besluitvorming deel te nemen.
3.
Een afwezig lid kan zijn oordeel niet door een van de aanwezige leden doen voordragen of het schriftelijk uitbrengen.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. De Raad van State in het algemeen
+ Hoofdstuk II. De Afdeling advisering
- Hoofdstuk III. De Afdeling bestuursrechtspraak
+ Hoofdstuk IV. Slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht