1.
Bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister van Justitie in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt uit de leden van de afdeling bestuursrechtspraak die voldoen aan het vereiste, gesteld in artikel 2, vierde lid, een voorzitter van de afdeling bestuursrechtspraak benoemd. Voor de benoeming doet de Raad een aanbeveling, de afdeling bestuursrechtspraak gehoord.
2.
De benoeming geldt voor het leven. Zij kan slechts op verzoek van de voorzitter worden ingetrokken en vervalt in geval van ontslag als lid van de Raad.
3.
De voorzitter kan worden vervangen door een ander lid van de Afdeling bestuursrechtspraak dat voldoet aan het vereiste, gesteld in artikel 2, vierde lid.
4.
De voorzitter is lid van de Raad van State, zo nodig in afwijking van artikel 1, eerste lid.
5.
De voorzitter regelt de werkzaamheden van de Afdeling bestuursrechtspraak.
6.
De daartoe door de voorzitter schriftelijk aangewezen ambtenaren verrichten de werkzaamheden die bij of krachtens de wet aan de griffier zijn opgedragen.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. De Raad van State in het algemeen
+ Hoofdstuk II. De Afdeling advisering
- Hoofdstuk III. De Afdeling bestuursrechtspraak
+ Hoofdstuk IV. Slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht