1.
Onze Minister wie het rechtstreeks aangaat draagt zorg voor het openbaar maken in de Staatscourant van
a. adviezen van de Afdeling advisering, door Ons gevraagd,
b. adviezen als bedoeld in artikel 21,
c. voorlichting in aangelegenheden van wetgeving en bestuur als bedoeld in artikel 21a.
2.
Openbaarmaking van de adviezen, bedoeld in het eerste lid onder a, geschiedt tezamen met openbaarmaking van de aan de Afdeling advisering voorgelegde tekst en van het nader rapport aan Ons. Zij heeft plaats voor wat betreft
a. adviezen over door Ons ingezonden voorstellen van wet: gelijktijdig met de inzending daarvan aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal;
b. adviezen over voorstellen van wet door de Staten-Generaal aan Ons gedaan: gelijktijdig met de bekendmaking van de wet;
c. adviezen over verdragen met andere mogendheden en volkenrechtelijke organisaties, aan de Staten-Generaal ter stilzwijgende goedkeuring over te leggen: gelijktijdig met de overlegging daarvan aan de Staten-Generaal;
d. adviezen over algemene maatregelen van bestuur en andere koninklijke besluiten: gelijktijdig met de bekendmaking.
3.
Openbaarmaking van adviezen als bedoeld in het eerste lid, onder a, welke niet kan geschieden zoals voorzien in het tweede lid, alsmede openbaarmaking van adviezen als bedoeld in het eerste lid, onder b en van voorlichting in aangelegenheden van wetgeving en bestuur als bedoeld in het eerste lid, onder c, geschiedt uiterlijk binnen dertig dagen nadat is beslist op het advies, de voordracht of een ander voorstel van de Afdeling advisering onderscheidenlijk op de voorlichting in aangelegenheden van wetgeving en bestuur van die Afdeling. Daarbij worden, in voorkomend geval, mede openbaar gemaakt het nader rapport en de aan de Afdeling advisering voorgelegde tekst alsmede het koninklijk besluit, indien de openbaarmaking niet elders is geregeld. De openbaarmaking heeft plaats op de wijze, voorgeschreven in artikel 9, eerste en tweede lid, van de Wet openbaarheid van bestuur.
4.
Openbaarmaking blijft achterwege in de gevallen, bedoeld in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur.
5.
Actieve openbaarmaking kan achterwege blijven indien een advies als bedoeld in het eerste lid, onder a, zonder meer instemmend luidt, dan wel uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat.
6.
De Afdeling advisering doet in haar adviezen, bedoeld in het eerste lid, voorstellen omtrent de toepassing van de bepalingen van het vierde of vijfde lid.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. De Raad van State in het algemeen
- Hoofdstuk II. De Afdeling advisering
+ Hoofdstuk III. De Afdeling bestuursrechtspraak
+ Hoofdstuk IV. Slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht