6.
De ondernemer doet, mede ten behoeve van de bespreking van de algemene gang van zaken van de onderneming, ten minste tweemaal per jaar aan de ondernemingsraad mondeling of schriftelijk mededeling omtrent zijn verwachtingen ten aanzien van de werkzaamheden en de resultaten van de onderneming in het komende tijdvak, in het bijzonder met betrekking tot aangelegenheden als bedoeld in artikel 25, alsmede met betrekking tot alle investeringen in binnenland en buitenland.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk II. De instelling van ondernemingsraden
+ Hoofdstuk III. Samenstelling en werkwijze van de ondernemingsraden
+ Hoofdstuk IV. Het overleg met de ondernemingsraad
+ Hoofdstuk IVA. Bijzondere bevoegdheden van de ondernemingsraad
- Hoofdstuk IVB. Het verstrekken van gegevens aan de ondernemingsraad
+ Hoofdstuk IVC. Verdere bevoegdheden van de ondernemingsraad
+ Hoofdstuk V. De centrale ondernemingsraden en de groepsondernemingsraden
+ Hoofdstuk VA. De medezeggenschap in kleine ondernemingen
+ Hoofdstuk VI. De algemene geschillenregeling
+ Hoofdstuk VII. De bedrijfscommissies
+ Hoofdstuk VIIA. Bijzondere taak Sociaal-Economische Raad
+ Hoofdstuk VII B. Bijzondere bepalingen voor ondernemingsraden bij de overheid
+ Hoofdstuk VIII. Overgangs- en slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht