3.
De ondernemer en de ondernemingsraad stellen het aantal uren, bedoeld in het eerste lid, en het aantal dagen, bedoeld in het tweede lid, vast op een zodanig aantal als de betrokken leden van de ondernemingsraad en van de commissies van die raad voor de vervulling van hun taak redelijkerwijze nodig hebben. Daarbij wordt in acht genomen dat het aantal uren niet lager vastgesteld kan worden dan zestig per jaar en het aantal dagen:
a. voor leden van een in het tweede lid bedoelde commissie die niet tevens lid zijn van de ondernemingsraad, niet lager vastgesteld kan worden dan drie per jaar;
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk II. De instelling van ondernemingsraden
- Hoofdstuk III. Samenstelling en werkwijze van de ondernemingsraden
+ Hoofdstuk IV. Het overleg met de ondernemingsraad
+ Hoofdstuk IVA. Bijzondere bevoegdheden van de ondernemingsraad
+ Hoofdstuk IVB. Het verstrekken van gegevens aan de ondernemingsraad
+ Hoofdstuk IVC. Verdere bevoegdheden van de ondernemingsraad
+ Hoofdstuk V. De centrale ondernemingsraden en de groepsondernemingsraden
+ Hoofdstuk VA. De medezeggenschap in kleine ondernemingen
+ Hoofdstuk VI. De algemene geschillenregeling
+ Hoofdstuk VII. De bedrijfscommissies
+ Hoofdstuk VIIA. Bijzondere taak Sociaal-Economische Raad
+ Hoofdstuk VII B. Bijzondere bepalingen voor ondernemingsraden bij de overheid
+ Hoofdstuk VIII. Overgangs- en slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht