2.
De ondernemer is verplicht de leden van de ondernemingsraad en de leden van een vaste commissie of onderdeelcommissie, bedoeld in artikel 15, tweede lid, onderscheidenlijk derde lid, gedurende een door de ondernemer en de ondernemingsraad gezamenlijk vast te stellen aantal dagen per jaar, in werktijd en met behoud van loon dan wel bezoldiging de gelegenheid te bieden de scholing en vorming van voldoende kwaliteit te ontvangen welke zij in verband met de vervulling van hun taak nodig oordelen.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk II. De instelling van ondernemingsraden
- Hoofdstuk III. Samenstelling en werkwijze van de ondernemingsraden
+ Hoofdstuk IV. Het overleg met de ondernemingsraad
+ Hoofdstuk IVA. Bijzondere bevoegdheden van de ondernemingsraad
+ Hoofdstuk IVB. Het verstrekken van gegevens aan de ondernemingsraad
+ Hoofdstuk IVC. Verdere bevoegdheden van de ondernemingsraad
+ Hoofdstuk V. De centrale ondernemingsraden en de groepsondernemingsraden
+ Hoofdstuk VA. De medezeggenschap in kleine ondernemingen
+ Hoofdstuk VI. De algemene geschillenregeling
+ Hoofdstuk VII. De bedrijfscommissies
+ Hoofdstuk VIIA. Bijzondere taak Sociaal-Economische Raad
+ Hoofdstuk VII B. Bijzondere bepalingen voor ondernemingsraden bij de overheid
+ Hoofdstuk VIII. Overgangs- en slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht