3.
Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt onder in de onderneming werkzame personen mede verstaan:
a. degenen die in het kader van werkzaamheden van de onderneming daarin ten minste 24 maanden werkzaam zijn krachtens een uitzendovereenkomst als bedoeld in artikel 690 van Titel 7.10 van het Burgerlijk Wetboek, en
Inhoudsopgave
- Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk II. De instelling van ondernemingsraden
+ Hoofdstuk III. Samenstelling en werkwijze van de ondernemingsraden
+ Hoofdstuk IV. Het overleg met de ondernemingsraad
+ Hoofdstuk IVA. Bijzondere bevoegdheden van de ondernemingsraad
+ Hoofdstuk IVB. Het verstrekken van gegevens aan de ondernemingsraad
+ Hoofdstuk IVC. Verdere bevoegdheden van de ondernemingsraad
+ Hoofdstuk V. De centrale ondernemingsraden en de groepsondernemingsraden
+ Hoofdstuk VA. De medezeggenschap in kleine ondernemingen
+ Hoofdstuk VI. De algemene geschillenregeling
+ Hoofdstuk VII. De bedrijfscommissies
+ Hoofdstuk VIIA. Bijzondere taak Sociaal-Economische Raad
+ Hoofdstuk VII B. Bijzondere bepalingen voor ondernemingsraden bij de overheid
+ Hoofdstuk VIII. Overgangs- en slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht