1.
Indien zich een gebeurtenis voordoet, die gevolgen kan hebben voor de stabiliteit van een afvalvoorziening, of indien bij controle- en monitoringsprocedures met betrekking tot die voorziening blijkt dat nadelige gevolgen voor het milieu zijn ontstaan of dreigen te ontstaan, meldt degene die de afvalvoorziening drijft, dit zo spoedig mogelijk, in elk geval binnen 48 uur, aan het bestuursorgaan dat bevoegd is een omgevingsvergunning voor die inrichting te verlenen. Artikel 17.2, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
2.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden categorieën van afvalvoorzieningen aangewezen, waarop ingevolge artikel 2, derde lid, van de richtlijn beheer winningsafval deze titel niet van toepassing is.
Artikel 17.5b
Indien de situatie, bedoeld in artikel 17.5a, eerste lid, betrekking heeft op een afvalvoorziening categorie A, voert degene die de afvalvoorziening drijft, onmiddellijk het voor die afvalvoorziening voorgeschreven interne noodplan uit.
1.
Het bevoegd gezag kan instructies geven met betrekking tot het treffen van de nodige preventieve of herstelmaatregelen.
2.
Degene die de afvalvoorziening drijft, volgt de in het eerste lid bedoelde instructies op en draagt de kosten voor de getroffen preventieve of herstelmaatregelen.
3.
Het bevoegd gezag kan zelf elke nodige preventieve of herstelmaatregel treffen of de uitvoering daarvan opdragen aan derden.
4.
Een beslissing als bedoeld in het derde lid wordt op schrift gesteld. De schriftelijke beslissing is een beschikking.
5.
In het geval het bevoegd gezag zelf maatregelen treft of de uitvoering daarvan opdraagt aan derden, verhaalt het de kosten op degene die de activiteiten verricht.
Het bevoegd gezag stelt de hoogte van de verschuldigde kosten bij beschikking vast. Het bevoegd gezag kan de kosten invorderen bij dwangbevel.
6.
Artikel 17.4 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 17.5d
Deze titel is van overeenkomstige toepassing op gesloten afvalvoorzieningen, met uitzonderingen van die gesloten afvalvoorzieningen ten aanzien waarvan het bevoegd gezag is belast met de nazorg, bedoeld in artikel 8.49.
Inhoudsopgave
- Hoofdstuk 1. Algemeen
+ Hoofdstuk 2. Zelfstandige bestuursorganen en adviesorganen
+ Hoofdstuk 3. Internationale zaken
+ Hoofdstuk 4. Plannen
+ Hoofdstuk 5. Milieukwaliteitseisen
+ Hoofdstuk 6. Milieuzonering
+ Hoofdstuk 7. Milieueffectrapportage
+ Hoofdstuk 8. Inrichtingen
+ Hoofdstuk 9. Stoffen en produkten
+ Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
+ Hoofdstuk 11. Geluid
+ Hoofdstuk 11a. Andere handelingen
+ Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
+ Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
+ Hoofdstuk 14. Coördinatie
+ Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
+ Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
- Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
+ Hoofdstuk 18. Handhaving
+ Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
+ Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
+ Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
+ Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht