1.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad verstrekken aan Onze Minister de inlichtingen die hij voor de statistiek, de informatievoorziening en de beleidsvorming met betrekking tot deze wet nodig heeft.
2.
Onze Minister stelt regels omtrent de aard van de inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, en de wijze waarop deze worden verstrekt.
3.
De inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, worden kosteloos verstrekt.
Artikel 3.11
De voordracht voor een krachtens de artikelen 1.7, tweede tot en met vierde lid, 1.8, 1.50, tweede lid, 1.56, tweede lid, en 1.56b, tweede lid, 1.87, en 2.29 vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
1.
Onze Minister brengt na overleg met Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport gedurende drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet jaarlijks aan de Staten-Generaal een verslag uit over de werking ervan.
2.
Onze Minister brengt na overleg met Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet, en vervolgens telkens na drie jaar, aan de Staten-Generaal een verslag uit over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
3.
Onze Minister brengt na overleg met Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een jaar na de inwerkingtreding van de wet van 18 juli 2009 tot wijziging van de Wet kinderopvang in verband met een herziening van het stelsel van gastouderopvang (Stb. 345) en vervolgens telkens als onderdeel van het verslag, bedoeld in het tweede lid, aan de Staten-Generaal een verslag uit over de doeltreffendheid en de effecten in de praktijk van de onderdelen van deze wet, zoals deze zijn gewijzigd door de genoemde wet .
Artikel 3.13
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen over de in hoofdstuk 1 van deze wet geregelde onderwerpen regels worden gesteld voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 3.14
[Vervallen door vernummering.]
1.
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende paragrafen, artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld.
2.
De artikelen 1, onder b, 3°, 2, negende lid, tweede volzin, 2a, tweede lid, en 3c, van de Wet klachtrecht cliënten zorgsector vervallen op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Artikel 3.15
Deze wet wordt aangehaald als: Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Kinderopvang
+ Hoofdstuk 2. Kwaliteitseisen peuterspeelzalen
- Hoofdstuk 3. Overgangs- en slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht