1.
De houders, bedoeld in de artikelen 1.1 en 2.1, de personen werkzaam bij een onderneming als bedoeld in de artikelen 1.50, derde lid, 1.56, derde lid, en 2.6, derde lid, en andere personen van 18 jaar of ouder als bedoeld in artikel 1.56b, derde lid, die beschikken over een verklaring omtrent het gedrag:
a. waarvan de datum van afgifte ligt voor 1 juli 2011 overleggen uiterlijk zes maanden na inwerkingtreding van het onderhavige artikel een nieuwe verklaring omtrent het gedrag die op het moment van overlegging niet ouder is dan twee maanden;
b. waarvan de datum van afgifte ligt in de periode die loopt van 1 juli 2011 tot en met 28 februari 2013 overleggen uiterlijk twee jaar na de datum van afgifte van die verklaring een nieuwe verklaring omtrent het gedrag die op het moment van overlegging niet ouder is dan twee maanden.
2.
De nieuwe verklaring omtrent het gedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt door:
a. de houders, bedoeld in de artikelen 1.1 en 2.1 aan het college overgelegd;
b. door de personen werkzaam bij een onderneming als bedoeld in de artikelen 1.50, derde lid, en 2.6, derde lid, en andere personen van 18 jaar of ouder als bedoeld in artikel 1.56b, derde lid, aan de houder overgelegd.
3.
Stagiaires, vrijwilligers, uitzendkrachten en ouders als bedoeld in artikel 1.57, eerste lid, die op de datum van inwerkingtreding van het onderhavige artikel werkzaam zijn bij een onderneming waarmee de houder een kindercentrum, een gastouderbureau of een peuterspeelzaal exploiteert, beschikken zes maanden na deze datum over een verklaring omtrent het gedrag die niet ouder is dan twee jaar.
4.
Een nieuwe verklaring omtrent het gedrag, bedoeld in het derde lid, wordt door de stagiair of de uitzendkracht aan die houder overgelegd bij wie hij op dat moment werkzaam is. De verklaring is op het moment van overlegging niet ouder dan twee maanden. Bij iedere volgende houder ten behoeve waarvan de stagiair of de uitzendkracht in die periode van maximaal twee jaar werkzaam is, overlegt hij telkens de meest actuele verklaring omtrent het gedrag.
5.
De nieuwe verklaring omtrent het gedrag, bedoeld in het derde lid, wordt door een vrijwilliger of een ouder als bedoeld in artikel 1.57, eerste lid, overgelegd aan de houder. De verklaring is op het moment van overlegging niet ouder dan twee maanden.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Kinderopvang
+ Hoofdstuk 2. Kwaliteitseisen peuterspeelzalen
- Hoofdstuk 3. Overgangs- en slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht