1.
Een houder van een peuterspeelzaal stelt binnen zes maanden na de registratie, bedoeld in artikel 2.3, tweede lid, voor elke door hem geƫxploiteerde peuterspeelzaal een oudercommissie in die tot taak heeft hem te adviseren over de aangelegenheden, genoemd in artikel 2.17.
2.
De verplichting tot het instellen van een oudercommissie, bedoeld in het eerste lid, geldt niet indien:
a. de houder zich aantoonbaar voldoende heeft ingespannen om een oudercommissie in te stellen; en
b. het een peuterspeelzaal, waar maximaal 50 kinderen worden opgevangen, betreft.
3.
In de situatie, bedoeld in het tweede lid, betrekt de houder de ouders aantoonbaar voldoende op een andere wijze bij de onderwerpen, bedoeld in artikel 2.17, eerste lid, biedt de houder de ouders de gelegenheid deel te nemen aan een oudercommissie, stelt de houder voor die oudercommissie in dat geval een reglement vast en zijn artikel 2.16, tweede tot en met vijfde lid, en artikel 2.17 van overeenkomstige toepassing.
4.
De leden van de oudercommissie worden gekozen uit en door degenen van wie de kinderen in de peuterspeelzaal worden opgevangen.
5.
Personen werkzaam bij een peuterspeelzaal zijn geen lid van de oudercommissie van die peuterspeelzaal.
6.
De oudercommissie bepaalt haar eigen werkwijze.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Kinderopvang
- Hoofdstuk 2. Kwaliteitseisen peuterspeelzalen
+ Hoofdstuk 3. Overgangs- en slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht