1.
Voor de investeringsaftrek worden niet in aanmerking genomen verplichtingen aangegaan tussen:
a. de belastingplichtige en personen die tot zijn huishouden behoren;
b. bloed- of aanverwanten in de rechte lijn of personen die behoren tot hun huishouden;
c. gerechtigden tot een nalatenschap waartoe het bedrijfsmiddel behoort of
d. degene die voor ten minste een derde gedeelte belang heeft in een lichaam en dat lichaam.
2.
Onze Minister kan bepalen dat het eerste lid niet van toepassing is.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Raamwerk
- Hoofdstuk 3. Heffingsgrondslag bij werk en woning
+ Hoofdstuk 4. Heffingsgrondslag bij aanmerkelijk belang
+ Hoofdstuk 5. Heffingsgrondslag bij sparen en beleggen
+ Hoofdstuk 6. Persoonsgebonden aftrek
+ Hoofdstuk 7. Belastingheffing van buitenlandse belastingplichtigen
+ Hoofdstuk 8. Heffingskorting
+ Hoofdstuk 9. Wijze van heffing
+ Hoofdstuk 10. Aanvullende regelingen
+ Hoofdstuk 10bis. Overgangsrecht ten gevolge van Wet herziening fiscale behandeling eigen woning
+ Hoofdstuk 10A. Overig overgangsrecht ten gevolge van wijzigingswetten
+ Hoofdstuk 10b. Horizonbepaling
+ Hoofdstuk 11. Slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht