1.
De betaling van de vakantie-uitkering vindt eenmaal per jaar plaats in de maand mei over de aan die maand voorafgaande maanden, of, indien het recht op uitkering eerder dan in de maand mei eindigt, in de desbetreffende maand. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan de vakantie-uitkering op een ander tijdstip betalen, mits die betaling plaatsvindt over een of meer voorliggende maanden waarover reeds recht op vakantie-uitkering bestaat.
2.
De artikelen 55, 57 en 61 zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de vakantie-uitkering, voor zover bij of krachtens deze wet niet anders is bepaald.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Kring van verzekerden
- Hoofdstuk 3. De uitkeringen
+ Hoofdstuk 3A. Reïntegratie-instrumenten
+ Hoofdstuk 3B. Tegemoetkoming arbeidsongeschikten
+ Hoofdstuk 4. De invloed van de verzekering op het burgerlijk recht
+ Hoofdstuk 5. Het verstrekken van inlichtingen
+ Hoofdstuk 6
+ Hoofdstuk 7. Uitvoering
+ Hoofdstuk 8
+ Hoofdstuk 9. Bepalingen in verband met de Algemene wet bestuursrecht en het beroep in cassatie
+ Hoofdstuk 9A. Overgangsbepalingen
+ Hoofdstuk 10. Strafbepalingen
+ Hoofdstuk 10A. Overgangsbepalingen
+ Hoofdstuk 11. Slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht