2.
Voor zover de aanvraag om een activiteit als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft op een inrichting waarin stoffen behorende tot een in artikel 9.2.3.1, tweede lid, van de Wet milieubeheer aangewezen categorie aanwezig kunnen zijn en die behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie, draagt het bevoegd gezag er zorg voor dat de beslissing op de aanvraag niet tot gevolg heeft dat minder dan voldoende afstand aanwezig is tussen die inrichting en een beschermd natuurmonument of gebied dat als zodanig is aangewezen krachtens artikel 10 van de Natuurbeschermingswet 1998 of een gebied dat als zodanig is aangewezen krachtens artikel 10a van die wet of dat voorlopig als zodanig is aangewezen krachtens artikel 12 van die wet. Bij de beoordeling van de afstand betrekt het bevoegd gezag de maatregelen die zijn of worden getroffen om een voorval als bedoeld in artikel 17.1 van de Wet milieubeheer waarbij stoffen als bedoeld in de eerste volzin zijn betrokken en waardoor ernstig gevaar voor het milieu ontstaat, in de inrichting te voorkomen of de gevolgen daarvan te beperken.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen
- Hoofdstuk 2. De omgevingsvergunning
+ Hoofdstuk 3. Voorbereidingsprocedures
+ Hoofdstuk 4. Financiële bepalingen
+ Hoofdstuk 5. Bestuursrechtelijke handhaving
+ Hoofdstuk 6. Inwerkingtreding beschikkingen en rechtsbescherming
+ Hoofdstuk 7. Verdere bepalingen
+ Hoofdstuk 8. Overgangs- en slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht