Artikel 27j
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
a. schade: schade ten gevolge van feiten, veroorzaakt door deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen die gewoonlijk zijn gestald en verzekerd in een andere lidstaat dan Nederland en die zich ofwel hebben voorgedaan in een andere lidstaat dan die van de woonplaats van de benadeelde, ofwel in een staat buiten de Europese Unie waar een bureau, groep van verzekeraars of instantie werkzaam is dat onderscheidenlijk die overeenkomt met het bureau, bedoeld in artikel 2, zesde lid;
b. benadeelden: personen met woonplaats in Nederland die schade als bedoeld in onderdeel a hebben geleden, alsmede hun rechtverkrijgenden, evenwel met uitsluiting van verzekeraars, uitvoeringsinstellingen als bedoeld in artikel 41, derde lid, van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997, en andere instanties die door vergoeding van de schade in de rechten van deze personen zijn getreden;
c. verzekeraar: de verzekeraar die in een lidstaat in het bezit is van een vergunning als bedoeld in artikel 6 of artikel 23 van richtlijn 73/239/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 juli 1973 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toegang tot het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche, en de uitoefening daarvan (PbEG L 228).
1.
Onze Minister van Justitie en Onze Minister van Financiën wijzen een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid aan als Schadevergoedingsorgaan dat tot taak heeft in de gevallen, genoemd in artikel 27o, eerste lid, schade te vergoeden aan benadeelden.
2.
Een aanwijzing vindt slechts plaats, indien de rechtspersoon aan de volgende eisen voldoet:
a. hij dient in staat te zijn de in het eerste lid bedoelde taak naar behoren te vervullen;
b. de voorwaarden dienen aanwezig te zijn voor een zodanige besluitvorming binnen de rechtspersoon dat een onafhankelijke vervulling van de in het eerste lid bedoelde taak is gewaarborgd.
3.
Onze Minister van Justitie en Onze Minister van Financiën kunnen een aanwijzing intrekken, indien de rechtspersoon naar hun oordeel niet meer aan de in het tweede lid vermelde eisen voldoet, dan wel indien de rechtspersoon anderszins zijn taak niet meer onafhankelijk vervult.
4.
Intrekking van een aanwijzing geschiedt onder gelijktijdige voorziening door Onze Minister van Justitie en Onze Minister van Financiën in de in het eerste lid bedoelde taak, waaromtrent zij nadere regels kunnen stellen.
5.
Een aanwijzing en een intrekking van een aanwijzing worden in de Staatscourant bekend gemaakt.
Artikel 27l
Het Schadevergoedingsorgaan kan zijn statuten niet wijzigen, tenzij de wijziging door Onze Minister van Justitie en Onze Minister van Financiën is goedgekeurd.
1.
Het Schadevergoedingsorgaan verstrekt aan Onze Minister van Justitie en Onze Minister van Financiën alle gevraagde inlichtingen omtrent de uitvoering van zijn taak.
2.
Het Schadevergoedingsorgaan zendt jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar aan Onze Minister van Justitie en Onze Minister van Financiën de balans en de staat van baten en lasten alsmede het bestuursverslag over het betrokken boekjaar. Deze stukken gaan vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgelegd door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
Artikel 27n
Bij de aanwijzing, bedoeld in artikel 27k, eerste lid, wordt bepaald op welke wijze de vergoeding door het Schadevergoedingsorgaan van schade als bedoeld in artikel 27r, wordt bekostigd.
1.
Een benadeelde kan, wanneer er een burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor schade bestaat, een verzoek schadevergoeding indienen bij het Schadevergoedingsorgaan, indien:
a. binnen drie maanden na de datum waarop hij zijn verzoek tot schadevergoeding heeft ingediend bij de verzekeraar van het motorrijtuig waarmee de schade is veroorzaakt, of bij diens schaderegelaar in Nederland, die verzekeraar of die schaderegelaar hem geen met redenen omkleed antwoord op het verzoek heeft verstrekt;
b. de verzekeraar heeft nagelaten om in Nederland een schaderegelaar aan te stellen;
c. de verzekeraar niet kan worden geïdentificeerd binnen twee maanden na het voorvallen van het feit waaruit de schade is ontstaan; of
d. het motorrijtuig niet kan worden geïdentificeerd.
2.
Een benadeelde kan geen verzoek tot schadevergoeding indienen bij het Schadevergoedingsorgaan:
a. in het geval, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, indien hij zijn verzoek tot schadevergoeding rechtstreeks heeft ingediend bij de verzekeraar en hij binnen drie maanden na de indiening van het verzoek een met redenen omkleed antwoord heeft ontvangen; of
b. indien hij rechtstreeks tegen de verzekeraar een rechtsvordering heeft ingesteld.
1.
Het Schadevergoedingsorgaan neemt het verzoek tot schadevergoeding in behandeling binnen twee maanden nadat de benadeelde het verzoek heeft ingediend.
2.
Het Schadevergoedingsorgaan beëindigt de behandeling van het verzoek zodra de verzekeraar of diens schaderegelaar in Nederland binnen de in het eerste lid genoemde periode van twee maanden alsnog een met redenen omkleed antwoord op het verzoek heeft gegeven.
Artikel 27q
Het Schadevergoedingsorgaan stelt de navolgende partijen onmiddellijk in kennis van het bij hem ingediende verzoek tot schadevergoeding met de mededeling dat het verzoek binnen twee maanden na de indiening ervan in behandeling wordt genomen:
a. de verzekeraar van het motorrijtuig waarmee de schade is veroorzaakt, of diens schaderegelaar;
b. het schadevergoedingsorgaan in de lidstaat van vestiging van de verzekeraar, bedoeld in onderdeel a; en
c. indien deze bekend is, de persoon die de schade heeft veroorzaakt.
Artikel 27r
Het Schadevergoedingsorgaan gaat slechts over tot vergoeding van schade, indien de benadeelde aantoont dat hij alle bekende als zodanig aansprakelijke personen en, voor zover de aansprakelijkheid van deze personen behoort te zijn verzekerd volgens de desbetreffende wetgeving van de lidstaat waar het motorrijtuig waarmee de schade is veroorzaakt, gewoonlijk is gestald, hun verzekeraars of hun schaderegelaars in Nederland tot betaling heeft aangemaand.
Artikel 27s
Het Schadevergoedingsorgaan vergoedt geen schade, hoger dan de wettelijk vastgelegde bedragen in de lidstaat waar het feit heeft plaatsgevonden waaruit de schade is ontstaan, dan wel in de lidstaat waar het motorrijtuig gewoonlijk is gestald, indien in laatstbedoelde lidstaat de dekking hoger is.
1.
Na vergoeding van schade aan een benadeelde heeft het Schadevergoedingsorgaan recht van verhaal:
a. in de in artikel 27o, eerste lid, onderdelen a en b genoemde gevallen op het schadevergoedingsorgaan in de lidstaat van vestiging van de verzekeraar van het motorrijtuig waarmee de schade is veroorzaakt;
b. in het in artikel 27o, eerste lid, onderdeel c genoemde geval op het nationale waarborgfonds in de lidstaat waar het motorrijtuig waarmee de schade is veroorzaakt gewoonlijk is gestald, dat overeenkomt met het Waarborgfonds Motorverkeer;
c. in het in artikel 27o, eerste lid, onderdeel d genoemde geval op het nationale waarborgfonds in de lidstaat waar het feit heeft plaatsgevonden waaruit de schade is ontstaan, dat overeenkomt met het Waarborgfonds Motorverkeer;
d. indien het ongeval is veroorzaakt door een motorrijtuig uit een staat buiten de Europese Unie, waar een bureau, groep van verzekeraars of instantie werkzaam is dat, onderscheidenlijk die overeenkomt met het bureau, bedoeld in artikel 2, zesde lid, en waarvan de verzekeraar binnen twee maanden na het ongeval niet kan worden geïdentificeerd, op het nationale waarborgfonds in de lidstaat waar het feit heeft plaatsgevonden waaruit de schade is ontstaan, dat overeenkomt met het Waarborgfonds Motorverkeer.
2.
Indien een schadevergoedingsorgaan uit een andere lidstaat een persoon in diens lidstaat schade heeft vergoed op basis van wetgeving die overeenkomt met artikel 27o en daarna verhaal zoekt op het Schadevergoedingsorgaan, restitueert het Schadevergoedingsorgaan de door het schadevergoedingsorgaan uit die andere lidstaat betaalde bedrag. Het Schadevergoedingsorgaan meldt de naam van de betrokken verzekeraar aan de Pensioen- & Verzekeringskamer.
3.
Indien op het Schadevergoedingsorgaan verhaal is genomen door een schadevergoedingsorgaan uit een andere lidstaat, heeft het voor het betaalde bedrag verhaal op degene die burgerrechtelijk aansprakelijk is of op diens verzekeraar.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Vrijstellingen
+ Hoofdstuk 3. Verzekerde sommen
- Hoofdstuk 4. Het Waarborgfonds Motorverkeer
+ Hoofdstuk 4a. Het Informatiecentrum
- Hoofdstuk 4b. Het Schadevergoedingsorgaan
+ Hoofdstuk 5. Gevolgen van het intrekken van de vergunning of het opleggen van een verbod ter zake van acquisitie
+ Hoofdstuk 6. Verbods- en strafbepalingen
+ Hoofdstuk 7. Slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht