1.
Onze Minister van Justitie en Onze Minister van Financiën wijzen een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid aan als Schadevergoedingsorgaan dat tot taak heeft in de gevallen, genoemd in artikel 27o, eerste lid, schade te vergoeden aan benadeelden.
2.
Een aanwijzing vindt slechts plaats, indien de rechtspersoon aan de volgende eisen voldoet:
a. hij dient in staat te zijn de in het eerste lid bedoelde taak naar behoren te vervullen;
b. de voorwaarden dienen aanwezig te zijn voor een zodanige besluitvorming binnen de rechtspersoon dat een onafhankelijke vervulling van de in het eerste lid bedoelde taak is gewaarborgd.
3.
Onze Minister van Justitie en Onze Minister van Financiën kunnen een aanwijzing intrekken, indien de rechtspersoon naar hun oordeel niet meer aan de in het tweede lid vermelde eisen voldoet, dan wel indien de rechtspersoon anderszins zijn taak niet meer onafhankelijk vervult.
4.
Intrekking van een aanwijzing geschiedt onder gelijktijdige voorziening door Onze Minister van Justitie en Onze Minister van Financiën in de in het eerste lid bedoelde taak, waaromtrent zij nadere regels kunnen stellen.
5.
Een aanwijzing en een intrekking van een aanwijzing worden in de Staatscourant bekend gemaakt.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Vrijstellingen
+ Hoofdstuk 3. Verzekerde sommen
- Hoofdstuk 4. Het Waarborgfonds Motorverkeer
+ Hoofdstuk 4a. Het Informatiecentrum
- Hoofdstuk 4b. Het Schadevergoedingsorgaan
+ Hoofdstuk 5. Gevolgen van het intrekken van de vergunning of het opleggen van een verbod ter zake van acquisitie
+ Hoofdstuk 6. Verbods- en strafbepalingen
+ Hoofdstuk 7. Slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht