1.
De beheerder draagt zorg voor de vaststelling van een legger, waarin is omschreven waaraan waterstaatswerken naar ligging, vorm, afmeting en constructie moeten voldoen. Van de legger maakt deel uit een overzichtskaart, waarop de ligging van waterstaatswerken en daaraan grenzende beschermingszones staat aangegeven.
2.
De legger gaat vergezeld van een technisch beheersregister met betrekking tot primaire waterkeringen dan wel waterkeringen ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan artikel 2.4, waarin de voor het behoud van het waterkerend vermogen kenmerkende gegevens van de constructie en de feitelijke toestand nader zijn omschreven.
3.
Bij of krachtens provinciale verordening of, ten aanzien van waterstaatswerken in beheer bij het Rijk, algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorschriften worden gegeven ten aanzien van de inhoud, vorm en periodieke herziening van de legger voor daarbij te onderscheiden categorieën van waterstaatswerken. Voorts kan daarbij vrijstelling worden verleend van de in het eerste lid bedoelde verplichtingen met betrekking tot bepaalde waterstaatswerken die zich naar hun aard of functie niet lenen voor het omschrijven van die elementen dan wel van geringe afmetingen zijn.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Doelstellingen en normen
+ Hoofdstuk 3. Organisatie van het waterbeheer
+ Hoofdstuk 4. Plannen
+ Hoofdstuk 4a. Deltaprogramma
- Hoofdstuk 5. Aanleg en beheer van waterstaatswerken
+ Hoofdstuk 6. Handelingen in watersystemen
+ Hoofdstuk 7. Financiële bepalingen
+ Hoofdstuk 8. Handhaving
+ Hoofdstuk 9
+ Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht