1.
De koninklijke macht wordt in aangelegenheden van het Koninkrijk uitgeoefend door de Koning als hoofd van het Koninkrijk.
Inhoudsopgave
- § 1. Algemene bepalingen
+ § 2. De behartiging van de aangelegenheden van het Koninkrijk
+ § 3. Onderlinge bijstand, overleg en samenwerking
+ § 4. De staatsinrichting van de landen
+ § 5. Overgangs- en slotbepalingen
Parlement
Documenten bij de totstandkoming van (deze versie van) de wet.

Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht