1.
De koninklijke macht wordt in aangelegenheden van het Koninkrijk uitgeoefend door de Koning als hoofd van het Koninkrijk.
2.
De wetgevende macht wordt in aangelegenheden van het Koninkrijk uitgeoefend door de wetgever van het Koninkrijk. Bij voorstellen van rijkswet vindt de behandeling plaats met inachtneming van de artikelen 15 t/m 21.
Inhoudsopgave
- § 1. Algemene bepalingen
+ § 2. De behartiging van de aangelegenheden van het Koninkrijk
+ § 3. Onderlinge bijstand, overleg en samenwerking
+ § 4. De staatsinrichting van de landen
+ § 5. Overgangs- en slotbepalingen
Parlement
Documenten bij de totstandkoming van (deze versie van) de wet.

Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht