1.
Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten zullen zoveel mogelijk overleg plegen omtrent alle aangelegenheden, waarbij belangen van twee of meer van de landen zijn betrokken. Daartoe kunnen bijzondere vertegenwoordigers worden aangewezen en gemeenschappelijke organen worden ingesteld.
2.
Als aangelegenheden, bedoeld in dit artikel, worden onder meer beschouwd:
a. de bevordering van de culturele en sociale betrekkingen tussen de landen;
b. de bevordering van doelmatige economische, financiële en monetaire betrekkingen tussen de landen;
c. vraagstukken inzake munt- en geldwezen, bank- en deviezenpolitiek;
d. de bevordering van de economische weerbaarheid door onderlinge hulp en bijstand van de landen;
e. de beroeps- en bedrijfsuitoefening van Nederlanders in de landen;
f. aangelegenheden, de luchtvaart betreffende, waaronder begrepen het beleid inzake het ongeregelde luchtvervoer;
g. aangelegenheden, de scheepvaart betreffende;
h. de samenwerking op het gebied van telegrafie, telefonie en radioverkeer.
Inhoudsopgave
+ § 1. Algemene bepalingen
+ § 2. De behartiging van de aangelegenheden van het Koninkrijk
- § 3. Onderlinge bijstand, overleg en samenwerking
+ § 4. De staatsinrichting van de landen
+ § 5. Overgangs- en slotbepalingen
Parlement
Documenten bij de totstandkoming van (deze versie van) de wet.

Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht