C. Lidmaatschapscriteria van brancheverenigingen
43. Zoals hierboven aangegeven hoeven kwaliteitsregelingen niet op zichzelf te staan. Zij kunnen ook deel uitmaken van bijvoorbeeld statuten of andere regelingen van een branchevereniging.
44. Als aan het lidmaatschap van een branchevereniging kwaliteitseisen worden gesteld en het lidmaatschap van de vereniging feitelijk gaat werken als deelname aan een erkenningsregeling, dan kan het lidmaatschap van de branchevereniging, net als deelname aan erkenningsregeling belangrijk, of soms zelfs noodzakelijk, zijn om te kunnen concurreren in een branche. De lidmaatschapseisen van een branchevereniging worden dan op dezelfde manier getoetst als erkenningsregelingen. 16
45. Overigens raakt de toetsing van lidmaatschapscriteria van brancheverenigingen op geen enkele wijze het recht voor ondernemingen om zich te organiseren. Op de uitoefening van dit recht, waarbij ondernemersverenigingen besluiten nemen of ondernemingen overeenkomsten sluiten, zijn echter de wettelijke mededingingsregels onverkort van toepassing voor zover deze besluiten of overeenkomsten van invloed zijn op het marktgedrag van ondernemingen en daarmee op de concurrentie tussen die ondernemingen.Voorbeeld:
Een branchevereniging wil de kwaliteit in de branche verhogen en stelt daarom in haar statuten als voorwaarde voor lidmaatschap dat nieuwe leden een door een aan de branchevereniging gelieerd opleidingsinstituut aangeboden vakbekwaamheidcursus doorlopen. De leden van de branchevereniging vertegenwoordigen 95% van de omzet in de branche, er wordt onder de naam van de vereniging reclame gemaakt en het logo van de vereniging is algemeen bekend bij de afnemers. Waarschijnlijk is lidmaatschap van de vereniging in deze branche een belangrijke voorwaarde om te kunnen concurreren op de markt. De lidmaatschapscriteria worden daarom op dezelfde wijze beoordeeld als een erkenningsregeling. De branchevereniging mag als eis stellen dat een vakbekwaamheids cursus is gevolgd. Als de branchevereniging de belangrijkste vrager naar bepaalde opleidingen of cursussen is, en dus beschikt over een aanzienlijke inkoopmacht of als een erkenningsregeling belangrijke economische voordelen met zich meebrengt waardoor de toelatingseisen objectief dienen te zijn, dan mag de branchevereniging niet eisen dat de opleiding of cursus bij het door haar aangewezen instituut wordt gevolgd. Als ergens anders een vergelijkbare cursus is gevolgd dan moet dat voldoende zijn.
Inhoudsopgave
Inleiding
Wettelijk kader
Verhouding tot het Europees mededingingsbeleid
Specifiek toepassingsgebied van deze richtsnoeren
A. Uitdrukkelijk niet toegelaten vormen van samenwerking
B. Erkenningsregelingen
C. Lidmaatschapscriteria van brancheverenigingen
D. Algemene voorwaarden
E. Informatie-uitwisseling
F. Opstellen van vergelijkingsmodellen en calculatieschema’s
G. Samenwerking op administratief gebied
H. Gemeenschappelijke inkoop via brancheorganisaties
I. Gemeenschappelijke reclame
Inwerkingtreding
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht